Het Touwmuseum in Oudewater en de Batavia

André de Deugd, verbonden met de Bataviawerf in Lelystad, kwam in het Touwmuseum vertellen over het schip de Batavia, de tuigage en dus ook de banden (lijntjes/touwtjes) met Oudewater en de touwindustrie. Het werd een bijzonder boeiende avond.

De Bataviawerf geniet grote internationale faam door de reconstructie van het VOC-schip de Batavia eind jaren ’90. De Gouden Eeuw en de grote rol die de Nederlandse scheepvaart daarin heeft gespeeld, spreekt zo’n kleine 400 jaar later nog steeds tot de verbeelding. Door middel van reconstructie van schepen uit de 17e eeuw en uitvoering van bijbehorende ambachten, kun je dit stuk van onze Nederlandse geschiedenis zelf ervaren, voelen, ruiken en beleven op Neerlands op het water gewonnen grond in Lelystad.? Zeker na de lezing van André de Deugd popelde menigeen, die er nog nooit geweest was, om met eigen ogen de werf en alles wat daar gebeurt te aanschouwen.

Andre de Deugd img_3119

De Deugd vertelde over het retourschip, een schip dat goederen bracht en haalde, de Batavia en de VOC. Een schip dat voor zijn tijd heel groot was, maar liefst 160 voet lang, 36 voet wijd (breed) en met een holte (diepte) van 18 voet. Een (Amsterdamse voet) is ongeveer 28 cm. Zijn verhaal ging ongeveer als volgt:

Het ontstaan van de VOC

Eind 16e eeuw dreven kooplieden uit de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden handel met landen uit het Oostzeegebied (onder andere hout en graan) en de Portugezen, die ‘smaakproducten’ (bijvoorbeeld peper en nootmuskaat) uit ‘de Oost’ haalden. Onder meer omdat Engelse ‘kapers’ deze handel verstoorden gingen Nederlandse handelaars het zelf doen. De onderlinge concurrentie was niet bevorderlijk en daarom wilde de Staten-Generaal dat er gezamenlijk werd opgetreden. Dit had de oprichting van de VOC tot gevolg, waarbij een achttal havensteden belangen hadden en Johan van Oldenbarnevelt en de Heren XVII een belangrijke rol speelden. Deze handel werd steeds lucratiever en er waren steeds nieuwe en betere schepen nodig. En zo begint het verhaal van de oorspronkelijke Batavia.

Overigens heeft de VOC, in feite de eerste multinational die als eerste met aandelen werkte, bijna 200 jaar bestaan, zijn er bijna 1.800 schepen gebouwd en 5.000 reizen naar de ‘Oost’ verwezenlijkt.

De oorspronkelijke Batavia

De bouw van de Batavia begon in 1628 op de Peperwerf in Amsterdam onder leiding van scheepsbouwer Jan Rijksen. De benodigde financiën, voor die tijd het enorm grote bedrag van fl. 6.425.588, werden ook toen met aandelen vergaard. Zo’n 1.000 ambachtslieden, verenigd in gilden, werkten eraan; waarbij kennis en ervaring een grote rol speelden – er stond nauwelijks iets op papier. Voor de Batavia waren 1800 m3 eikenhout, 200 m3 grenen nodig en natuurlijk ijzer en koper, vlas en hennep voor het touw.

De geschiedenis van de oorspronkelijke Batavia verliep dramatisch en is in 1629 in de Abrolhos Houtman archipel (West-Australie) vergaan. Een deel van het schip is nog te zien in een museum in Fremantle.  Dat verhaal is beslist lezenswaardig, maar laten we in dit verslag even buiten beschouwing. Wie er meer over wil weten vindt via zoekmachines heel wat informatie.

Bataviawerf Lelystad

Willem Vos was de initiatiefnemer om de Batavia opnieuw te gaan bouwen. Hij startte in 1968 een eigen bedrijf in o.a. de bouw van houten schepen, maar toen hij van de bank enig krediet wilde hebben en hij dat niet kreeg, omdat zijn vak niet meer van deze tijd was, besloot hij zijn vak, scheepsbouwer, aan anderen te laten zien. Hij wilde de Oost-Indiëvaarder Batavia nabouwen en mensen zouden dan vast wel komen kijken wat daar allemaal voor nodig was.

Het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad, maar het is Willem Vos, met heel veel hulp van allerlei enthousiaste vrijwilligers en ondersteuning van verschillende kanten, uiteindelijk gelukt om de nieuwe Batavia te bouwen en zelfs te laten varen. De nieuwe Batavia werd geen kopie, want er was slechts weinig van bekend, maar het werd, zoals Willem Vos vertelde ‘een ambachtelijke reconstructie’. Op basis van diverse navorsingen werd het schip gebouwd. Naast het schip zelf waren een beeldsnijderij voor maar liefst zo’n 400 ornamenten, een zeilmakerij voor 1.180 m2 zeil, een tuigerij voor maar liefst 22 km touw en heel veel verschillende ‘blokken’ en tot slot een smederij voor onder andere het nodige hang- en sluitwerk nodig. Toen het klaar was en het door enorm veel Nederlanders was bewonderd, was het in het jaar van de Olympische Spelen in 2000 in Sydney te bezichtigen. Het was er, voorafgaand in een dokschip naartoe gevaren, waar het met behulp van veel ervaren bemanningsleden van andere tallships daadwerkelijk zelfstandig heeft gevaren.

Ook dat laatste kregen we van De Deugd te zien via één van de vele filmpjes die via YouTube te bekijken zijn.

Een mooi verhaal op een bijzonder prettige wijze verteld en van de nodige verhelderende en mooie beelden voorzien. Averien Knol bedankte André de Deugd en het publiek bedankte hem ook en het Touwmuseum voor dit initiatief.

Bron: Oudewater.net | 2 oktober 2016
Tekst en foto’s: Aad Kuiper

Geef een reactie