Categoriearchief: Bekijken

Eerlijk chauvinisme van eigen bodem

Door: Walther Kok

Oudewater is een ijzersterk ‘merk’. Vooral voor Oudewaternaren (Geelbuiken) zelf. Daar praten we graag over, daar snoeven we graag over én dat verzamelen we graag. Oudewater verzamelen? Jawel: boeken over Oudewater, Oudewaterse souvenirs, Oudewaterse zoetwaren, Oudewaterse drankjes, Oudewaterse gebruiksvoorwerpen, schilderijen van Oudewater  en niet te vergeten oude foto’s en filmpjes van ons stadje. We raken er – ook op internet – niet over uitgepraat, geven het graag cadeau, proppen onszelf ermee vol, laten het op een rommelmarkt niet langer dan drie minuten onverkocht; zitten er kortom dolgraag met z’n allen bovenop.  En toch… en toch: het in mijn ogen allermooiste op dit gebied is vrijwel onbekend.  En daar moet echt een einde aan komen. Dat kunnen we niet over onze kant laten gaan. Daar laten we als Geelbuiken echt iets liggen. Als iets het verdient om (uiteindelijk) in alle Oudewaterse families een ereplaats in te nemen dan is het wel dit: de Oudewaterse geboortetegel.

De Oudewaterse geboortetegel

Geboortetegel_Oudewater Geboortetegel_Oudewater

Gemaakt van echte lokale Ouderwetse klei, door Marja Verkerk-Smit, een echte Oudewaterse kunstenaar voor echte Oudewaterse geboortelingen. Daarvan hebben we er elk jaar zo’n honderd. Hier ligt kortom een unieke, exclusieve kans om op onze eigen Oudewaterse manier, artistiek verantwoord, betaalbaar én  op ecologisch verantwoorde wijze het historisch besef, de gemeenschapszin  én de jaloezie van de buitenpoorters op grootse en indrukwekkende wijze te prikkelen.

De manier bij uitstek ook om op liefelijke en warme wijze Oudewater te promoten. Reken het potentiële jaarlijkse bereik per tegel maar even mee: 100 geboortes plus (ruwweg) tweehonderd ouders en tenminste evenveel (afgunstige) ooms en tantes, 35 broertjes of zusjes, zo’n driehonderdvijftig grootouders, 250 buren en… vul zelf maar verder in. Eén tegel heeft moeiteloos een bereik van ver boven de duizend. Een geschenk met een multiplier vanjewelste.  Hier kan geen TIP of gemeentelijke campagne tegenop. En het multiplied nog verder. Te verwachten valt immers dat de goede gevers of aanschaffers van de tegel zelf ook door een lichte hebzucht worden bevangen. In hun tijd bestond die mogelijkheid nog niet, zij moeten het (vaak) nog met ouderwetse geboortekaartjes en box-foto’s doen. Maar ook voor hen niet getreurd. De Oudewaterse klei wordt door Marja ook verwerkt in sierlijke en handige potjes. En bij aanschaf van een tegel houdt men gewoon het recht om ook zo’n potje aan te schaffen.

Potje_Oudewaterse-klei Potje_Oudewaterse-klei

Marja Verkerk-Smit

Vreugde alom kortom. Maar tegelijkertijd moet hier een waarschuwing klinken. Wie als Oudewaternaar of toevallige bezoeker eenmaal van Marja in de ban raakt loopt het gevaar in recidive te vervallen. Marja maakt (en leert zoals te zien op de recente Oude Ambachtenmarkt) namelijk nog veel meer moois .

Marja Verkerk-Smit_Oude-Ambachtenmarkt

Menig exemplaar van haar ‘Lente en Storm’(het paalzittende verlangen) of Oudewaterse heksenserie  heeft intussen een gelukkige nieuwe eigenaar gekregen.  Elke jaar rond Kerstmis vergapen zich in de Heksenwaag bijvoorbeeld vele honderden bezoekers uit binnen en buitenland aan de versierde Heksenboom.

Het-paalzittende-verlangen_Marja-Verkerk-Smit Heksenboom_Marja-Verkerk-Smit

Op haar eigen website en in de prachtige lokale galerie van Tamara Sille kan met haar werk verder kennis worden gemaakt. Maar voordat daar enthousiast op wordt gereageerd herhaal ik nog éénmaal voor alle potentiële ouders en relevante omgeving de gulden regel: bij elke Oudewaterse geboorte hoort de Oudewaterse geboortetegel!

Op zoek naar een winkeltje in Oudewater

Door: Aad Kuiper
Foto’s via Ine Stolwijk, Jan van ’t Riet en Jaap de Wit

Laatst kwam Agnes bij ons op bezoek, met Leo, haar man. Ze was ooit wel eens in Oudewater geweest, maar dat was al weer een hele tijd geleden. Maar het meest intrigerende was wel dat de stiefoma van Agnes, of eigenlijk haar stiefovergrootmoeder – als je dat zo noemt – hier, in Oudewater (!), ooit een winkeltje gehad zou hebben. Ja, een door ons aangeboden rondwandeling zou vast heel leuk zijn, hadden ze laten weten; maar Agnes zou graag eens weten waar dat winkeltje dan wel gestaan zou hebben. Tja, en dan moet je aan de bak. Had ik trouwens graag voor ze over, hoor; aardige mensen, Agnes en Leo.
Het bleek een moeizame, maar leuke speurtocht te worden waarin heel wat Oudewaternaren een rol speelden en we op de dag van het bezoek gelukkig konden laten zien waar dat winkeltje ooit gestaan heeft. En, verrassing, het pandje bestaat, weliswaar in een verbouwde vorm, nog steeds.

In eerste instantie hoorde ik dat de vrouw van het winkeltje in kwestie Van Ba(a)ren heette. Omdat er nogal wat Van Baarens in Oudewater wonen en ik geen enkele Van Baren kende, ging ik ervan uit dat het om een familielid van de Van Baarens ging.

Op zoek naar Van Baarens

“O, dan moet je met Abe van Baaren gaan praten; die woont in de Waard.”

“Bel eens met Toos van Baaren; die heeft hier Pardoes gehad en die winkel heeft haar dochter Nicola toen overgenomen.”

“Ik heet ook Van Baaren”, zei Inge van Baaren, die ik bij het Rosenberg Trio in het stadhuis trof en ik niet kende, maar waar ik nog pedagogische connecties mee bleek te hebben. (Ja, Inge, ik kom nog een keertje langs bij jou op school, maar er is altijd zo veel te doen; bijvoorbeeld een speurtocht naar een winkeltje.)

Met Toos van Baaren, die in Cabauw bleek te wonen, heb ik gebeld, maar dat gesprek, hoewel heel gezellig, leverde niet zo veel op. Alleen een heleboel namen, waarvan ik de meeste intussen alweer vergeten ben.

Daarvóór had ik al mijn licht opgestoken bij Nettie Stoppelenburg – ze wist niets over een winkeltje van Van Ba(a)ren, maar gaf me wel een paar prima internetadressen waar het goed zoeken was; een soort delicatessenwebsite voor zulk soort speurneuzen. En bij Wil van der Heiden, die heel veel over winkeltjes zou weten, maar die kennis bleek zich te beperken tot de buurt waarin hij woont.

En aan Abe van Baaren was ik nog niet toegekomen, toen er een brief op de deurmat lag.

(Overigens is dat natuurlijk wel heel bijzonder heden ten dage: een handgeschreven brief. Best leuk hoor. Officiële brieven krijgen we nog wel, hoewel dat allengs minder wordt. En kaarten soms, maar dat neemt ook af.) Maar goed; die brief dus.

De brief over Van Baren

Agnes had inmiddels gesproken met dochter Ine van de zus (Catharina Stolwijk, geboren Van Baren) van eerdergenoemde  stiefoma en nu zag ik ook een heel lang lijstje met namen, geboorte- en overlijdensdata. En, ja hoor; het bleek Van Baren! Met één ‘a’.

Stiefoma zelf heette Lucia Helena van Baren en was geboren in 1892, op 26 juni. En haar vader heette Adrianus van Baren (geboren op 27-03-1851, vader Gerrit van Baren, moeder Sijgje Sirre, en overleden in 1926) en haar moeder Anna de Waal (geboren op 13 oktober 1860, dochter van Hermanus de Waal en Catharina Stelling, overleden op 10 januari 1944) . De moeder van de stiefoma – die van het winkeltje – heette dus Anna van Baren, geboren De Waal. Nu moest het wel gaan lukken. Het ging om het winkeltje van eerst Adrianus van Baren – natuurlijk samen met zijn vrouw – tot 1926 en daarna van Anna van Baren. De laatste dreef dat winkeltje dus samen met dochter Lucia. Toen nog Van Baren, maar die zou gaan trouwen; in 1928, had ik uitgevogeld. Als dit niet helemaal te volgen was – want het zijn wel veel namen –  is dat voor de rest van het verhaal beslist geen ramp.

De tekening over het winkeltje

tekening-winkeltje-van-barenMaar – tenslotte ging het om de plek van het winkeltje – er zat ook een foto van het winkeltje bij en een tekening, beide van die dochter van de zus van de stiefoma, en die tekening zou me vast verder helpen. Met de foto kwam ik helaas niet veel verder; ook niet met de verschillende mensen aan wie ik hem liet zien. Zou de tekening uitkomst brengen? Vast wel.

Hij klopt niet, hè; deze tekening. Dat maakt het nog ingewikkelder.

Zou het het laatste huis van de Leeuweringerstraat zijn? Of van de Donkere Gaard. Of was het nog ergens anders? In het bijbehorende briefje werd verteld over een sluis, een huis van Van der Lee of Van der Lede en een lijnbaan die ‘Rijnkade’ zou heten. Van die laatste had nog nooit iemand gehoord en wat betreft die andere twee gegevens moest het ergens in de buurt zijn van de straten die ik noemde. Maar foto en tekening vertelden geen eensluidend verhaal.

De foto van het winkeltje

Op naar John Doop; die weet ook veel. Maar dit nu net even niet.
Nee, het was niet het laatste huis in de Leeuweringerstraat, werd ook door de huidige bewoner bevestigd.
Goed gekeken, maar het huis op de Donkere Gaard was het ook niet.
“Ga eens met Tinus de Lange praten”, vertelde John Doop, “die woont in de Waard”. Ook al.
Jaap de Wit misschien; zijn grootvader had een boerderij daar ergens en zijn vader een melkhandel. Zoals altijd even bedachtzaam, maar het raadsel bleef: “De dames Langeslag hadden een winkeltje; vraag eens aan John Doop”.

Schoonderwoerd uit Oudewater?

Er was nog een gegeven dat ik tot nu toe niet noemde. De moeder van Agnes heette Schoonderwoerd, Andrea Schoonderwoerd. En háár vader heette Piet Schoonderwoerd. Zou die misschien Oudewaterse connecties hebben? Dat zou zo maar kunnen. Als hij, toen zijn eerste vrouw, de grootmoeder van Agnes, op jonge leeftijd overleed, een tweede vrouw zocht en vond in Oudewater. Laten we Marcel Schoonderwoerd eens bellen.

“Het zou kunnen”, vertelde Marcel, “maar dan wel een eind weg. Een zoon van een broer van mijn opa Anthonis. Ga eens met de moeder van Tom Streng praten; die heet ook Schoonderwoerd.”

Het ging om Piet Schoonderwoerd (Petrus Johannes, geboren 14-02-1888 te Hazerswoude, zoon van Hendrik Schoonderwoerd en Elisabeth van Schaik en overleden 20-09-1960 te Koudekerk) en ik heb in die voortreffelijke sites die Nettie Stoppelenburg me meegaf goed gezocht, maar heb geen connectie met Oudewaterse Schoonderwoerden kunnen ontdekken. Wellicht komen die ooit nog boven tafel. Een doodlopend spoor dus en de moeder van Tom Streng heb ik met rust gelaten.

Soms gingen zaken vroeger anders

Wat ik de lezer niet wil onthouden en om de situatie helder te maken toch even het volgende. Toen Piet Schoonderwoerd Lucia van Baren ten huwelijk vroeg (1928), werkte zij dus met haar moeder in het betreffende winkeltje. Een jaar of twee eerder immers was haar man, Adrianus van Baren, overleden. Met haar 36-jarige dochter een winkeltje runnen lukte vast nog wel. Maar toen ook dit laatste kind de deur uit ging werd het wel heel lastig. Lucia heeft, toen zij in 1928 met Piet Schoonderwoerd ging trouwen, haar moeder meegenomen naar Koudekerk. Toen hebben dus de laatste Van Barens Oudewater verlaten en daarom was er geen spoor meer van ze te vinden. Ook niet, zoals later bleek, in het grote boek van Jan van ’t Riet over de Kromme Haven. Zij zullen het winkeltje gehuurd hebben. Nu breng ik de lezer al een stap dichter bij de oplossing van het raadsel.

winkeltje-van-baren

Maar met iemand praten was niet meer nodig. Iemand herkende het pand naast het winkeltje. Alie Stekelenburg, ook al zo’n doorgewinterde Geelbuik. Maar ze had gelijk. Op de foto was net het huis ernaast te zien, dat van Van der Lee moest zijn; het linkerdeel met de kelderramen heel laag en de andere ramen hoog.

We zijn gaan kijken en ja hoor dat was het. Net op tijd, want twee dagen later kwamen Agnes en Leo.

We hebben een bijzonder leuk rondje Oudewater gedaan. Stilgestaan bij het pand waar vroeger een winkeltje was en waar van het winkeltje nu niets meer terug te vinden is.

Enthousiast rondje Oudewater

Wat  een enthousiaste aardige mensen herbergt Oudewater toch. Ze deden niet voor elkaar onder in belangstelling, hulpvaardigheid en vriendelijkheid.

We hebben lang met de huidige eigenaresse staan praten.

Winkeltje-vroeger-IMG_3835 Kromme Haven-Jan-van-t-Riet

We zijn bij Jan van ’t Riet naar binnen gegaan en Agnes kreeg een foto van het winkeltje zoals het vroeger was. En nog even later kreeg ik een hele beschrijving die ik bij Agnes brengen ga. Het winkeltje bleek, na gerund te zijn door de van Barens, nog jarenlang door Janus van der Klis te zijn gehuurd.

Later kregen we nog een mailtje van Jaap de Wit met een foto uit 1880 (van E.C. Rahms); toen zag het huis van Van der Lee er toch weer anders uit; die kelderramen lijken te missen.

Kromme-haven-Rahms

We zijn langs verschillende historische foto’s gelopen en langs geveltekens. We hebben de Grote Kerk bewonderd en kregen een mooi verhaal van Ad de Groot.

We hebben genoten van de schilderijen van Gerard David en kwamen toevallig Otto Beaujon tegen die daarover weer een boeiend verhaal vertelde.

En om het even af te maken ook de rest dan maar. Het bleef geweldig: heerlijk geluncht bij Lumière, een boeiende rondvaart in de Geelbuik en ten slotte naar het Touwmuseum, waar we professioneel werden rondgeleid – in welk museum tref je zoiets?

En gewoon gegeten bij ons thuis; ook lekker. En toen was het klaar.

Maar ze komt terug; Agnes. Met en hele club. Want Oudewater was toch wel heel bijzonder. En dat kwam natuurlijk niet alleen door dat winkeltje, maar vooral door al die mensen die zo enthousiast vertelden over hun pareltje in het Groene Hart. Waarvan akte.

Toerisme in Oudewater

Door: Chantal Quak

Ik woon in het centrum van één van de meest pittoreske plaatsjes van Nederland: Oudewater. Dat brengt automatisch een hoop (buitenlands) volk onze kant op. Mensen die, net als wij ooit, betoverd willen raken door dit charmante stadje. Vrolijke vakantiegangers die gewapend met fototoestel en reisgids door de straatjes dwalen. Als ik ze zie moet ik vaak denken aan onze eigen vakanties. Aan hoe wij regelmatig een schattig oud plaatsje bezoeken en hoe leuk wij dat vinden. En als de lokale bevolking je welwillend te woord staat, ga je helemaal met een goed gevoel naar huis.

Mijn bescheiden bijdrage aan toerisme in Oudewater

toerisme_in_Oudewater_02Ik heb me dan ook voorgenomen om alle (buitenlandse) bezoekers aan Oudewater zeer lief te bejegenen, mochten ze mij ooit wat vragen. Nou blijkt dat nogal vaak voor te komen. Kennelijk heb ik de woorden ‘Ik Weet de Weg’ op mijn voorhoofd staan, want ik word in de zomermaanden CONSTANT aangesproken door mensen die de weg kwijt zijn.

Niet alleen in Oudewater trouwens. Ook als ik mij in Rotterdam of Amsterdam of in Utrecht begeef, zijn er altijd verdwaalde Japanners, Amerikanen of Spanjaarden die willen weten waar de McDonald’s/het Centraal Station/de dichtstbijzijnde coffeeshop is. Het stomme is dat ik altijd moeite doe om de vraag zo goed mogelijk te beantwoorden, terwijl ik zelf óók geen flauw idee heb waar we zijn. Kortom: ik zie er intelligenter uit dan ik daadwerkelijk ben.

Wie zijn die toeristen in Oudewater?

Het is soms best moeilijk om lief te doen tegen sommige van deze vreemde vogels. Wat dacht u bijvoorbeeld van het gezin dat zich voltallig tegen mijn raam stortte, heel hard op de ruitjes bonkte en riep “HEE DAAR WONEN GEWOON MENSEN!!!”?  Toen ik ‘subtiel’ het rolgordijn naar beneden liet zakken omdat ik genoeg had van de brutale pottenkijkers riepen ze nog geïrriteerd “NOU JA ZEG”!

toerisme_in_Oudewater_01Goed, dat waren tot nu toe de stomsten. De meeste toeristen zijn hartstikke leuke mensen. Ze verplaatsen zich vaak in groepjes en kijken voornamelijk omhoog, naar de geveltjes. Zodoende negeren ze al het voortrazend verkeer, maar er wordt bijna nooit iemand doodgereden en dat valt dus best mee.

Wie komt waar vandaan? Ik, als ervaren toeristenwatcher, praat u even bij.  Spanjaarden dragen standaard heel grote zonnebrillen. Amerikanen lopen op spierwitte tennisschoenen. Japanse dames hebben grote flaphoeden op hun hoofd tegen de schrille Hollandse zon. Nederlandse toeristen hebben hun complete outfit bij de ANWB gekocht en Duitsers combineren hun rode konen met aangeharkte Chriet Titulaer-baard.

Toeristen in mijn tuin

Met al die bezoekers gaat af en toe iets fout. Ze lopen nog wel eens achteloos achter mij aan, hop! mijn tuin in. Ze gaan zitten op mijn tuinstoelen en vragen naar de menukaart. Dan moet ik ze subtiel uitleggen dat Hotel Abrona toch echt een paar huizen verderop zit.

Maar vaak gaat het goed. Gisteren stonden vijf Duitse oma’s heel schattig te zwaaien naar mijn dochtertje, die in de deuropening stond en alle aandacht fantastisch vond. En laatst had ik vanuit mijn woonkamer nog een geweldig uitzicht op drie extreem knappe Italiaanse mannen, die mij helaas ook in de smiezen kregen. Ik zeg helaas, want op dat moment lag ik ongewassen in mijn huispak op de bank koude knakworsten te eten.

Toeristen in het échte Oudewater

toerisme_in_Oudewater_03Ook de fietsers zijn een bron van vermaak. Zoals de pas afgestapte wielrenners in hun veel te strakke broekjes rondklotsen op hun gekke harde klikschoentjes, richting het terras! Kostelijk! En de ‘gewone’ toerfietsers maken graag ruzie voor ons huis. Wij wonen aan een kruising en dat leidt vaak tot verhitte discussies. Als je buiten zit kun je ze perfect afluisteren. Dit (oudere) stel bijvoorbeeld:
Man: “Zoooo… hè hè, daar zijn we. In Oudewater.
Vrouw: “Dit is Oudewater niet hoor.”
Man: “Wel!”
Vrouw: “Nee joh, niet! Oudewater is nog een heel stuk verder! Dat is bovendien veel groter.”
Man: “Uh…”
Het leek me gezonder om me er niet mee te bemoeien. En daar gingen ze, rechtsaf, op zoek naar het veel grotere, échte Oudewater.