Categoriearchief: Geen categorie

Een verhaal over de bekabeling van de Lange Burchwal (LBW) in 2020

Een verhaal over hoe een bewoner van de Lange Burchwal de werkzaamheden met betrekking rond de bekabeling en de grondwerkzaamheden daarvoor heeft ervaren:
7 uur is het nog donker, maar de lichten gaan aan op de Lange Burchwal. Motoren worden gestart. Het werk neemt weer zijn aanvang. Zware voertuigen worden in stelling gebracht. Een trekker met laadbak wordt achteruit bij de al gegraven sleuf gezet. Mannen in oranje pakken springen in de kuil. Schoppen worden ter hand genomen. Zo gaat het al een tijdje. Ze zijn bezig bepaalde ‘nutsvoorzieningen’ te vervangen en opnieuw aan te sluiten. Enkele dagen eerder werd er een sleuf gegraven van een meter breed.

“Wat gaat u nu doen meneer?”
“Dit is voor de elektriciteitsleiding, meneer.”
“Oké, en komt er nog glasvezel bij?”
“Nee, dat is alleen voor het buiten gebied.”
De ander dag wordt de gleuf weer dichtgegooid.

Twee dagen later gaat hij weer open, maar dan nog eens een keer zo breed.
“Wat gaat er nu in, meneer?”
“Gas, water, elektriciteitskabels; alles wordt vervangen.”
“En glasvezel?”
“Daar leggen we een lege buis voor neer. Kunnen ze hem zo doorvoeren als het zo ver is.”
Tja, snappen doe ik het niet. Doe alles in een keer, dacht ik nog. Zo hoef je niet twee keer iets open te maken. Maar dat werkt niet zo. Oké, het zal wel. Gas wordt aangesloten en bij de een is dat in twee uurtjes gepiept en bij een andere woning duurt het beslist veel langer. Het betekent wel een tijdje zonder gas en dus ook zonder warmte. Ook bij elektriciteit krijgt men van tevoren bericht wat er gaat gebeuren.

Dit staat er dan: Op die-en-die dag van zo-tot-zo laat heeft u geen stroom. Op die-en-die dag geen gas van zo-tot-zo laat. Brr, het is best fris binnen.
En soms ook: Sorry, vandaag was er geen monteur voor de prik, dus morgen nog een dag zonder stroom.

Tja, het kan verkeren. Intussen werken de mannen door met de machines; geschuif en gerommel. Er is tijd voor koffie en een praatje. En ondertussen lopen we al 4 maanden achter.

Er zit van alles in de grond waardoor ze niet opschieten. Overstort of septictanks die er eerst uit moeten. Dan duurt het zo maar weer een dag of wat langer langer en soms liggen er ergens wel drie. De mannen werken zorgvuldig en precies. Alles wordt goed en met zorg uitgevoerd. Men spreekt ook met respect over de werkgever Van Vulpen uit Gorinchem. Als er een machine stuk is, volgt er een belletje en wordt het vervangen. Er is gelukkig wel voldoende materieel om de klus te klaren. Het bedrijf heeft ongeveer 450 medewerkers in dienst.

De Lange Burchwal komt 60 cm lager te liggen, vertelt men ons.  Aan de oostkant komen treden naar beneden en aan de westkant de parkeervakken. Met de aanleg daarvan wordt pas begonnen als de nutsvoorzieningen klaar zijn. Ook de waterleidingen worden vernieuwd en als die zijn aangesloten wordt er rijkelijk gespoeld, want er mag natuurlijk niets achterblijven.

En er worden iedere week monsters genomen van het water en in het lab getest. Vandaar dat het soms op een lekkage lijkt. Zoveel water stroomt er dan over de straat!
“Dus dat gaat nog wel even duren dus?”
“Ja, en men wil ook de regenpijpen afkoppelen en er komt een schoon regenwaterafvoer midden in de straat.”
“Waar stroomt het water dan naar toe?”
“De riolering wordt vernieuwd.”
“Dus het regenwater van de daken gaat over de stoep lopen; een besluit van Woerden, begin 2020”.  Dat is niet zo fijn, want wat als het gaat vriezen?

“Ja, de trap zou lekker glad kunnen worden dat is wel een punt.”
“En de afvoeren over de stoep?”
“Tja, dat zou zomaar groen kunnen worden van de alg.”
“Ouderen gaan dan lekker glibberend hun boodschapjes doen. Is dit vooruitgang?”
De dames die dit komen uitleggen aan de deur en ons vertellen over de subsidie die men kan krijgen,  begrijpen de weerstand van de bewoners niet.
“Mevrouw, dit is de Lange Burchwal; dit is geen probleemloze straat: wateroverlast bijvoorbeeld; er zijn bewoners die al diverse keren onder water hebben gestaan.  Als je op vakantie gaat, moet er gesleept worden met zandzakken en waterkeringsschotten. Als je in bed ligt,  moet je soms je bedrand beethouden ander val je eruit door het trillen van de zware vrachtwagens.
Beetje overdreven, maar de huizen staan echt te schudden. Ze zijn niet onderheid. En het lijkt wel steeds erger te worden.
En dan de parkeeroverlast; probeer maar eens je garage uit te komen. Of een plek te bemachtigen om je auto kwijt te raken. Er zijn ongeveer 200 parkeerplaatsen tekort in de binnenstad. Er wordt over gesproken om met een vergunningstelsel te gaan werken. Moet je zoiets wel eerst aanschaffen: dus betalen, pannenkoek.
“Tja, ik zal u het een en ander doorsturen zodat u de mogelijkheden rustig kunt bestuderen.” Na een kopje koffie ging ze weer, beetje bleek, dat wel. “Volgende week gaan we verder met de andere bewoners”, vertelde ze nog. Bij navraag van deze en gene had men nog niets vernomen.
Stel, het gaat weer net zo hard regenen als een paar jaar terug. De afvoeren kunnen het niet bolwerken; de LBW is dan de opvangbak voor al het water. De Lange Burchwal wordt 60 cm dieper en dus komt er, naar ik hoop geen water meer de huizen binnen, maar misschien ontstaat er dan wel een giga plas voor de deur.
Het wordt ook nog eens een rechte weg en de snelheidsbeperkingen worden verwijderd. Dat wordt lachen, maar niet heus, als ze er op hoge snelheid doorheen gaan rijden.

Arme geparkeerde auto’s en deuren van de huizen die dan de volle laag krijgen. Ik zie het zo gebeuren. Je hebt van die jongens die dat geweldig vinden. Als dat maar goed gaat!

De sleuven worden nu zoveel mogelijk dichtgemaakt; het is eind december 2020. De stoepen zien er weer netjes uit. Na de feestdagen wordt de westkant aangepakt. Er is de komende tijd op de LBW vast en zeker veel te doen. . Dan springt het stoplicht op rood dan weer op groen.

Ooit gaat het goed komen.

 

Dit verhaal is van Bert van der Horst.

Nostalgie: CORONA, toen en nu

Het woord CORONA -( virus) van heden bracht mij weer terug naar het verleden.
In 1949 was mijn eerste baan secretaresse bij Cor de Lange : directeur van een sigarenfabriek met een bord : TERMINUS bij de voordeur!
Een kleine fabriek in Oudewater met ongeveer 12 mensen aan personeel:
Op kantoor een boekhouder, boven een sorteerder en 2  inpaksters
maar sigarenmakers waren het grootste deel !
In de werkplaats zaten 6 mannen aan een lange tafel met ieder een eigen vak.
Daarop legde een knecht steeds nieuwe gefermenteerde tabak.
De sigarenmakers sneden grote bladeren in een bepaald model
en pakten daar een hoeveelheid tabak in, dat ging heel snel.
Dan werden die ingepakte “stronken” in mallen gelegd ,
en naar de droogkamer gebracht door de knecht .
Het hele proces kan ik niet vertellen, maar die mallen hadden wel allemaal verschillende modellen ,
Daar waren  o.a. Bolknakken en Havanna’s, maar ook, let op,  CORONA’s bij !
Waarom dit virus diezelfde naam draagt ‘komt niet aan’ bij mij !
Mijn baas, de boekhouder en sorteerder gingen soms nieuwe melanges uitproberen.
Ik zat daar achter mijn typemachine dan tussen die ‘puffende’ heren!
Uiteindelijk gingen die sigaren natuurlijk allemaal op in rook!
Mijn wens zou zijn : deed dit CORONA-virus dat maar ook!
Cor de Lange was voor de Oudewaterse gemeenschap zeer actief
en o.a. door het verstrekken van voedselpakketten aan vluchtelingen zeer geliefd.
En bij het organiseren van de Lichtweek (1950 ) kwamen zijn connecties in Tiel goed van pas, (Klanten sigarenwinkeliers waren: Wiltens en Hes), omdat daar in juni  een ‘gekostumeerde’ feestweek geweest was.
Plotseling kwam in 1951 het einde  van de TERMINUS sigarenfabriek:
Op 44 jarige leeftijd werd Cor de Lange n.l. kortstondig ziek en is hij heel snel daarna al overleden  !
Zó ‘draafde ik door’ in  dit heden en weten jullie weer iets over mijn verleden!

Tekst en foto: Editha van den Bergh-Horman

Pansjo en ik op een kalender met : Hi 5 . ( Kalender was Kerstkadootje van dochter Yvonne)
En mijn laatst gemaakte schilderijtje. Ligt klaar voor Martijns 37ste verjaardag . Die kon het nog niet halen vanwege “afstand-corona”.

 

Mijn ontdekking van Jan Montyn door Walther Kok

 

Mijn ontdekking van Jan Montyn (Oudewater 1924 – Amsterdam 2015)

Wat is er mooier dan om in een historisch bewuste stad als Oudewater een rechtstreekse band te hebben met een van zijn beroemde zonen? Maar helaas: Van der Lee, Arminius, Lorentz, Snellius of Gerard David  zijn Oudewaterse beroemdheden waar ik niets, maar dan ook helemaal niets mee van doen heb. (Nou ja, helemaal niets? Op ons huis prijkt een fraaie reproductie van een werk van Gerard David maar of dat echt meetelt?) Gelukkig is er één beroemde en ook wel beruchte Oudewaternaar waarover in ieder geval  wel een mooi persoonlijk verhaal is te vertellen: Jan Montyn.

Het begon allemaal in Amsterdam, begin jaren negentig, toen ik tijdens de lunchpauze even binnen wipte bij kijkdagen van veilinghuis Christies (In die dagen stond ik mezelf dergelijke bezoekjes aan grote kunstveilingen toe onder het motto “een normaal mens koopt vroeg of laat een auto en aangezien ik geen rijbewijs heb mag ik tenminste één keer in mijn leven een dergelijk bedrag uitgeven aan een schilderij”.  In de voorhal hing een aantal etsen waarop schriftelijk een bod kon worden uitgebracht. In een opwelling besloot ik zo’n 300 gulden te bieden op een mij onmiddellijk aansprekende blauwe ets van een mij verder geheel onbekend iemand. En ziedaar: enkele dagen later bleek ik de koper te zijn van een heuse Montyn, een naam die me overigens op dat moment niks zei.

Stap twee in mijn ontdekkingstocht werd gezet toen ik enige tijd later in datzelfde Amsterdam van een stagiaire als dank voor het een weekje meelopen met mij als Directeur BBI (Bestuurlijke Betrekkingen en Informatievoorziening) het boek van Dirk Ayelt Kooiman “Montyn” cadeau kreeg.  Een geweldige avonturenroman, die mij op indringende wijze duidelijk maakte hoe bijzonder die Montyn wel was. Voor elke stadgenoot ook nu nog een absolute ‘Must Read’ .  Maar dat wist ik toen nog niet, want Oudewater moest zijn charmes en geheimen voor mij nog ontvouwen: ik woonde nog in De Rijp en werkte nog steeds in Amsterdam.

Stap drie werd gezet toen ik eind jaren negentig als ‘man van’ (mijn vrouw Loes werd gemeentesecretaris in Oudewater) naar Oudewater verhuisde. Dirk Ayelt Kooimans’ boek kreeg met de  pagina’s over Oudewater, met o.a. een hoofdstuk “Heksenwaag en ooievaarsnest”,  weer een extra betekenis. Van mooie ets van wereldavonturier naar prachtig werk van stadgenoot!

Montyns’ bezoek aan en lezing in  onze stad (stap vier) eind 2004 (compleet met tentoonstelling in het stadskantoor) betekende een aangrijpende en ontroerende verdieping van mijn ontdekkingstocht naar zijn leven en werk. Lezen over is toch echt iets heel anders dan luisteren naar. Gepassioneerde verhalen uit de mond van een intussen breekbare oude man : hoe direct wil je met een leven kennis maken.

Ter plekke (in het stadskantoor) kon ook nog werk van hem gekocht worden waarvan de opbrengst (meen ik) zou gaan naar een door hem gesteunde stichting van Aziatische zwerfkinderen. Die kans heb ik me niet laten ontgaan.

Niet veel later meldde onze eigen IJsselbode prominent op de voorpagina dat  Montyn op negentig jarige leeftijd was overleden en werd Jan aldus definitief bijgezet in de Oudewaterse canon.

Zelf kon ik gelukkig nog een vijfde en voorlopig laatste stap zetten. Vlak voor zij naar een seniorenwoning vertrok in het Oranjepark ontdekte ik enigszins verscholen in haar antiekzaak  bij  buurvrouw Meijer – iedereen in de Havenstraat beschouwt zichzelf als buur- zo waar nóg een echte Montyn.

De aankoop leverde bovendien nog authentieke  verhalen op uit zijn Oudewaterse tijd omdat haar intussen overleden man en Jan Montyn  destijds dikke maatjes waren. Die ga ik u niet vertellen want mijn voormalige buurvrouw is in het Oranjepark  daar zelf heel goed toe in staat….

Walther Kok

In memoriam: Jeanne van Eck

Zij was mijn buurmeisje en speelgenootje op de Lange Burchwal in de jaren 1935 tot ongeveer 1942 . We zijn beiden in 1930 geboren en als je 12 jaar was ging je naar een ‘hogere school’ en speelde je niet meer op straat. Zij was rooms-katholiek en wij niet, dus we waren geen ‘schoolvriendinnen’.

Na 1944 zijn we elkaar uit het oog verloren, maar na een bezoek van mijn zusje en mij aan onze geboorteplaats (enkele jaren geleden) kwamen we haar op de Markt tegen. “Als dat de zusjes Hörmann niet zijn!”, was haar spontane begroeting. Sindsdien correspondeerden wij of belden elkaar soms op. Zeker op onze verjaardag! Zij was de enige vriendin die ik nog ‘in levende lijve’ in Oudewater had, want ‘digitaal’ ging Jeanne helaas niet; zij had daar geen belangstelling voor. Het bericht van haar overlijden heeft mij diep geschokt, want ik wist niet dat zij ziek was. Hoewel ik op mijn Kerst-/Nieuwjaarswensen niets hoorde, was ik er nog niet toe gekomen om haar op te bellen.

Woensdag wordt Jeanne begraven:
MOGE ZIJ RUSTEN IN VREDE

Een laatste groet, Editha