Categoriearchief: Geen categorie

Nettie Stoppelenburg; Geelbuik in hart en nieren

Door: Touwmuseum Oudewater

Kort geleden verscheen in de nieuwsbrief van het Touwmuseum een mooi verhaal over Nettie Stoppelenburg; Geelbuik in hart en nieren. De nieuwsbrief van het Touwmuseum is bedoeld voor ‘Vrienden van het Touwmuseum’ en er zijn vaak aardige verhalen in te vinden, maar dit verhaal wilden ze wel delen. Wellicht zelfs met het idee meer mensen ertoe te verleiden ook ‘Vriend van het Touwmuseum‘ te worden; en dat vinden wij, van Oudewater.net niet zo’n heel vreemd plan. Tenslotte is Oudewater voor een groot deel door de touwindustrie geworden zoals het nu is. En daar kunnen we nog heel regelmatig van genieten.

En voor dat Touwmuseum heeft onder andere Nettie Stoppelburg een cruciale rol gespeeld en dat doet ze nog; vandaar het onderstaand verhaal.

Nettie Stoppelenburg

Eigenlijk wilde ze voor archeoloog studeren. Voor haar uiteraard wel sneu dat dat er in verband met een ziekte niet meer in zat, maar heel Oudewater en het Touwmuseum in het bijzonder zijn er nu wel heel blij mee dat ze uiteindelijk afgestudeerd is in zowel archeologie als kunstgeschiedenis met heel veel bijvakken geschiedenis.

Heel veel studies en dus kennis

Om archeologie te gaan studeren moest Stoppelenburg beginnen met kunstgeschiedenis. Toen ze daarmee bezig was kreeg ze trombose en kon een baan als archeoloog vanwege het veldwerk wel vergeten. Daarom is ze toen ook voor kunstgeschiedenis afgestudeerd, mede omdat ze inmiddels zo’n grote hoeveelheid bij- en steunvakken gevolgd had dat ze dat op één bul niet meer kwijt kon. Voor geschiedenis was haar grote interesse de middeleeuwen. Daarbij hoorde ook paleografie (het bestuderen en ontcijferen van oude handschriften en archiefstukken) Voor kunstgeschiedenis, waar de Italiaanse Renaissance haar onderwerp was, volgde ze het bijvak Italiaans. En natuurlijk waren er nog de nodige collegereeksen op het gebied van archeologie.

Het Utrechts Archief

Na een betrekkelijk lange zoektocht naar een werkkring kwam ze terecht bij het Utrechts Archief. Zelf schrijven ze daar het volgende over: ” Het Utrechts Archief bewaart de geschiedenis van de provincie en de stad Utrecht. In onze collectie vindt u meer dan 29 kilometer archief en ruim een half miljoen foto’s, films, tekeningen, prenten en kaarten. We beheren bovendien de grootste bibliotheek over de stad en de provincie Utrecht. U kunt de Utrechtse geschiedenis bij ons ontdekken via onze website, in de studiezaal én in onze gratis tentoonstellingen.” Tja, dan heb je ongetwijfeld handen vol werk. In eerste instantie waren het de afdelingen ‘beeldmateriaal’, ‘educatie’ en ‘communicatie’ waar ze actief was; nu heeft ze zich beperkt tot ‘educatie’, maar dan wel van basisschool tot en met studenten. Die laatsten moeten bijvoorbeeld leren hoe je goed in een archief moet zoeken, want er is ontzettend veel te vinden dat nog steeds niet uitgebreid is onderzocht.

Touwmuseum in beeld

Inmiddels staan er door haar werkzaamheden al behoorlijk veel publicaties op haar naam. Aanvankelijk over Utrecht; zo heeft ze een flink aantal artikelen geschreven voor diverse uitgaven van Oud-Utrecht en later ook in verband met activiteiten voor het Stadsmuseum Woerden, de Geschiedkundige Vereniging Oudewater en natuurlijk voor het Touwmuseum in Oudewater waarbij Nettie Stoppelenburg sinds de start actief betrokken was en nog steeds is.

oudewater_2015_04_01-opening-touwmuseum-aad-kuiper

“Dat Touwmuseum werd een grote fascinatie,” vertelt ze, waarbij bijvoorbeeld alles wat met gilden te maken had naar boven kwam. “Het eerste onderzoek was vrij algemeen en vluchtig, maar hoe dieper je graaft, hoe leuker de vondsten zijn.” Ze ging met oude kaarten op stap op zoek naar oude hennepveldjes en schreef een serie ‘touw-verhalen’ voor de IJsselbode. Maar niet alleen daarover; ook over Van Kinschot, over de patriotten met Jan Boog en Justus Montijn en over het Gasthuis – dat eerder toebehoorde aan een Augustinesser klooster, dat al in 1419 voorkomt in de geschiedschrijving en over nog veel meer. Naast artikelen voor het Touwmuseum werden ook steeds meer zaken over Oudewater op papier vastgelegd.

1672; het Rampjaar

Hoewel Stoppelenburg zich dus eigenlijk specialiseerde in de middeleeuwen ligt haar huidige onderzoeksgebied veel meer in de nieuwe tijd. Een periode die op dit moment haar bijzondere aandacht heeft is 1672, het Rampjaar. “Hoe hebben de burgers dat beleefd? Niet zo goed lijkt het wel, want tijdens de Franse bezetting mochten de lijndraaiers niet aan het werk, werden paarden in de schuren gestald, kwamen er heel veel vluchtelingen van buiten en verspreidde zich een besmettelijke ziekte – wellicht vlektyfus. In Hekendorp moesten de boeren de boerderijen afbreken voor vestingwerken. En dan was er nog de storm in 1674 die in Oudewater nauwelijks schade aanrichtte, maar in Hekendorp des te meer; daar gingen molens tegen de vlakte. En de Hekendorpers moesten ook nog eens belasting betalen over de boerderijen die ze allang niet meer hadden.”

Nettie Stoppelenburg vertelt gedreven en boeiend én, omdat er nu geen specifiek thema wordt aangesneden, komen we van het ene onderwerp op het andere; want ze weet veel, heel veel en wil haar kennis graag met anderen delen. Maar we gaan weer terug naar het Touwmuseum. Bij de aanvang werd er een rapport geschreven door Harm Hoogendoorn, toen Marianne Ruigrok nog burgemeester was. Zíj heeft op een gegeven moment aan Nettie Stoppelenburg gevraagd het af te maken, want veel geld was er niet. Dat deed ze; en termen als ‘Resoluties van de magistraat’ en ‘Resoluties van de raad’ kwamen voorbij, evenals de gildenbeurs, lijndraaiersknechten met daaraan gekoppeld het weeshuis en het armenhuis die beide ook iets met de mensen in Oudewater en dus vooral met de touwfabricage te maken hadden. Ze is nog steeds enorm actief betrokken bij het Touwmuseum; de inmiddels befaamde ‘talking heads’ bijvoorbeeld waar je de onder andere Gijsbert van der Lee hoort en ziet praten over zijn betrokkenheid met touw zijn door haar van tekst voorzien. Mooi hoor!

Nog zoveel te doen

En ze heeft nog zo veel te doen, Nettie Stoppelenburg: hoe zit dat nou met de ‘Klepper’, waren dat twee of drie panden; het boekje over het museum moet herdrukt worden; ze wil nog naar Den Haag – want er moet nog zo veel onderzocht worden; ze wil nog schrijven over Tappersheul bijvoorbeeld – waar Leentje Willems vandaan komt; ze wil nog onderzoek doen naar de Machinefabriek en naar de vestingwerken. Ze meent dat ze pas tien procent gezien heeft van wat er allemaal is … en ík heb slechts tien procent opgeschreven van wat ze me allemaal vertelde; gedreven en boeiend, getuigend van een enorme kennis.

Ze eindigt overigens met een groots compliment aan het Archief in Woerden: daar houden ze alles goed bij, daar is alles goed geïnventariseerd en er wordt veel voor bezoekers gedaan: “En toen ik er een keer kwam om het archief van de Machinefabriek te onderzoeken, vroegen ze me even te wachten, want dan zouden zij eerst een inventaris samenstellen van die 20 meter archief.” En zo kon en kan ze weer verder met onderzoeken en opschrijven zodat we allemaal wat meer te weten komen over Oudewater in het algemeen en over touw voor informatie in het Touwmuseum in het bijzonder.

NOSTALGIE en dan … vervolg

Door: Editha v.d. Bergh-Hörmann

Was hetgeen ik in NOSTALGIE heb geschreven,
reeds één ‘mijlpaal’ in mijn 85 jarige leven,
gisteren 16/3 is er 1 bijgekomen:
mij werd een radio-interview afgenomen!
Wil de Vries had een kwartier tijd voor mij,
maar….DAT was natuurlijk snel voorbij.
De ‘hoofdvraag’ ging over de Oudewaterse
Radio Distributie Onderneming : O.R.D.O.,
die mijn vader in de 30’er-40’er jaren beheerde
en DAT ZAT ZO:

In één kamer in ons huis aan de wand was een grote schakelkast,
wat een ontvangst- en verzendcentrale was, en op het dak stond een mast. (voor zender Lopik)
De ‘ethergolven’ straalden daarheen via grote lantaarnpalen met porseleinen kopjes,
en in de huiskamer draaiden de mensen voor het geluid aan de luidspreker-knopjes!
De klanten huurden een luidspreker thuis
en ontvingen zo Hilversum 1 en 2 aan huis!
Soms werd de huur aan de deur betaald,
soms ook door mijn vader bij hen opgehaald..
een verzoekplaatje aanvragen kon ook eens per week,
zodat Pa wel een disk-jockey leek 🙂

Wil vroeg ook naar welke school ik was gegaan
en ik vertelde, dat ik de MULO bij de Nonnen had gedaan,
ook in steno en typen gaven ze in het klooster les,
zodoende slaagde ik als secretaresse.
Mijn eerste baantje was bij Cor de Lange,
directeur van sigarenfabriek ‘Terminus’ op de Lange Burchwal .
(als ik vertel lijk ik wel een ‘spraakwaterval’)

Het kwartier was voorbij
en Wil wist nog lang niet alles van mij:
Bijvoorbeeld dat ik mijn eerste vriendje ontmoette tijdens de lichtweek (1948)
toen alle inwoners verkleed waren en ik plotseling in de ogen van een ‘Prins’ keek !
Een lieve romantische knul, die mij daarna steeds van mijn werk naar huis bracht,
óók wandelden we soms een rondje langs de gracht.
Jan Montijn was zijn oudere broer: de kunstschilder;
onze ‘verkering’ duurde niet lang, omdat we heel veel ‘verschilden’,
Jupiter bleek homo te zijn,
maar de vriendschap met hem was tóch wel heel fijn!
Ach er komen ZO VEEL herinneringen ‘naar boven’
en DIT willen jullie vast niet geloven:
Door Jos Brink heb ik hem in1984 in ‘Madame Arthur’ in Amsterdam als La Michel terug gezien!
Ja, ja deze Oudewaterse Editha heeft een heel ‘bewogen leven’ achter de rug!

Allemaal de groetjes!!!
en een pootje van Pansjo

‘Heden en Verre Verleden’

Editha van den Bergh-Hörmann, oud-Oudewaterse, inmiddels al behoorlijk bekend bij regelmatige bezoekers van onze site, Oudewater.net, ‘moest’ een ‘gedicht’ (verhaaltje op rijm) maken voor het Hèmers Krantje. Ze noemde het ‘Heden en Verre Verleden’.

Gezien de belevenissen van de laatste weken heeft zij die gedachten op de volgende manier verwerkt. Misschien is het voor bedoelde regelmatige bezoekers  ook leuk om te lezen.

Editha van den Bergh woonde vanaf haar geboorte in 1930 tot 1950 in Oudewater en vanaf 1951 t/m eind 2013 in Ophemert en de mensen daar vinden het leuk als zij tóch nog in dat boekje in de rubriek NOSTALGIE af en toe iets wil schrijven. Hieronder staat het.

NOSTALGIE

‘Heden en Verre Verleden’

Over heel veel onderwerpen heb ik al geschreven, maar wat ik de laatste maand mocht beleven, is voor een 85 jarige wel héél bijzonder; het ‘verhaal’ volgt hieronder:

In 1930 heeft mijn wiegje in OUDEWATER gestaan,
vorig jaar vierden ze daar het 750 jarig STADS- bestaan!
Daarover werd een boekwerk uitgegeven,
waarin de geschiedenis van het verre verleden tot heden wordt beschreven.
Ik heb dat prachtige dikke boek vanzelfsprekend gekocht
en terstond naar jeugdherinneringen gezocht.
De schrijvers en samenstellers zijn echter van een volgende generatie,
dus hadden met die van mij niet echt een ‘relatie’.
Uit oude archieven waren natuurlijk wel heel veel foto’s en overleveringsteksten te halen,
maar NIETS werd beschreven over wat ik kon ‘verhalen’!
Daarom ben ik direct na ’t lezen via internet met hen in contact getreden
en schreef naar Oudewater.net mijn herinneringen uit het verleden .
Dat ik tot mijn 20ste jaar in Oudewater woonde en mijn MULO diploma daar heb behaald
en zodoende mijn 1ste baantje als secretaresse bij sigarenfabriek ‘Terminus’ werd bepaald,
bij de directeur Cor de Lange zat ik op kantoor,
maar geen enkele mededeling over die sigarenfabriek komt in het boek voor.

De websitebeheerder en redactie, die mijn verhaal lazen,
vonden de tekst interessant genoeg om op een blog (met mijn foto) te plaatsen.
De reacties die daarop kwamen waren heel frappant,
omdat ik diverse namen had genoemd, waren mensen daarmee nog verwant.
Die (en ook de redactie) vroegen mij om nog meer verhalen te schrijven,
dus kon het niet bij dat eerste blog blijven.
Zodoende hebben ze dat verhaal nog op een tweede geplaatst
weer met een foto van mij en Pansjo ernaast.

Aad Kuiper noemde mij al ‘populair’, maar op die manier krijg je wel veel ‘air’ 🙂
Jammer alleen, dat weinig oudere mensen het zullen lezen,
want dan moet je wel een beetje met een computer bezig wezen .
Maar misschien zijn er familieleden of vrinden,
die jullie willen helpen als jullie het leuk zouden vinden!

Groetjes, Editha v.d. Bergh-Hörmann + pootje van Pansjo

In Memoriam: Leon Jongerius

Door: Gerdine van de Ven

Leon Jongerius is niet meer……… Ik leerde Leon Jongerius kennen toen ik in 1996 in Oudewater kwam wonen. Ik heb zeer goede herinneringen aan de geweldige delicatessenzaak die hij in de Leeuweringerstraat had. Met een ongekende gedrevenheid en vakmanschap stond hij altijd klaar met de meest lekkere hapjes, kaas en alles wat je in een delicatessenzaak mag verwachten; en dat in Oudewater anno 1996!

We hebben nog ‘handel’ gedreven met elkaar, handel in natura! Ik had net mijn huis in Frankrijk gekocht en reed minstens 1x per maand naar de Dordogne. De boer van wie ik het huis kocht, maakte geitenkaasjes. Je kent ze wel, van die kleine ronde kaasjes. In Oudewater was er in die tijd nog geen geitenkaasje (Cabecou) te vinden!

Mijn suggestie aan Leon om er eens een paar mee te brengen, viel meteen in goede aarde. Hij zag dat wel zitten! Van mijn volgende reis bracht ik 10 stuks mee. Ik leverde Leon geitenkaasjes, hij gaf mij een stuk ‘gewone’ kaas. We handelden ‘in natura’. Daar staan Nederlanders om bekend en wij deden dat in het klein gewoon na!

De geitenkaasjes waren een schot in de roos, 10 stuks werden 20 stuks per keer en al snel kwam ik uit de Dordogne met een hele tray geitenkaasjes!

Het was een feest om in zijn winkel te komen. Ik en velen met mij hebben de winkel enorm gemist toen hij ermee stopte.

Ik kijk terug op een fijne ondernemer en een mooi mens. Ik wens de familie en vrienden veel sterkte met dit verlies.

 

 

Het verhaal over Pater J. Janssen

Door: Gerdine van de Ven

Een blog schrijven op Oudewater.net? Nee, ik had nooit gedacht dat ik dat zou doen!
Waarom niet? Ik ben dagelijks – samen met nog 3 andere toegewijde vrijwilligers – druk met het beheren van de content van onze prachtige website en dan laat ik het schrijven van een blog over aan andere Geelbuiken; originele Geelbuiken of import. Aan mensen die ècht een verhaal te vertellen hebben. Maar wat wil het geval?  Dat verhaal heb ik nu zelf! Er zijn verschillende linken tussen Oudewater en  Boxtel. Zo bijzonder….  Link nummer 1 tussen Boxtel en Oudewater begint al door middel van deze website www.oudewater.net.

Lees en geniet!

Ik ben geboren in Boxtel en heb daarna in Eindhoven gewoond en door werk “verplicht” te verhuizen naar Woerden. Verplicht, want ik ben opgegroeid met “daar waar je werk is, ga je ook wonen”. Medio jaren ‘70 kwam ik als jonge twintiger in het verre Woerden wonen. Vanuit Brabant en dan boven de rivieren gaan werken en wonen was een hele stap. Maar ja, een beetje avonturier ben ik ook wel. Na een aantal jaren Woerden als woonplaats gehad te hebben, verhuisde ik naar Linschoten. Ik was een alleenstaande vrouw, zonder kinderen, maar had altijd kinderen om me heen. Neefjes, nichtjes, kinderen van vrienden en vriendinnen. Het was bijna elk weekend wel raak. Met kinderen naar Legoland in Denemarken of naar Euro Disney in Parijs, naar de Efteling of naar een stad, kleren kopen, musea bezoeken, lekker in een restaurant eten. Ik was er altijd in voor (en overigens nog steeds! Weliswaar in een iets ander tempo!)

En dan Oudewater….

Als je in Linschoten logeert bij een echte of surrogaat-tante, dan geeft Oudewater toch wel meer beweging. Een bezoek aan de Heksenwaag om het felbegeerde certificaat te krijgen, stond natuurlijk bovenaan het lijstje. Een restaurantje was er ook altijd wel te vinden, dus hadden we altijd veel plezier. Het kwam niet in me op om met de kinderen naar Gouda of naar Schoonhoven te gaan.

Zelf winkelde ik ook vaak in Oudewater en met een beetje mooi weer pakte ik (toen ook al) een terrasje. Bij een van die bezoeken merkte ik dat er -naar verhouding- een aantal leeftijdsgenootjes uit Boxtel in Oudewater woonden. Meisjes met wie ik de (ouderwetse) MULO nog had doorlopen. Hoe kwam dat toch? Er was destijds -ik spreek nu over eind jaren zestig/begin jaren zeventig- een ziekenhuis in Oudewater. Een van die meisjes had bedacht om hier een verpleegkundige opleiding te volgen. Al gauw was in Boxtel bekend, dat Oudewater een erg leuke plaats was en er verrekte leuke jongens woonden. De een na de ander vertrok -in ganzenpas- naar Oudewater om de opleiding te volgen, zagen inderdaad die leuke jongens, trouwden en -zonder namen te noemen- ze wonen er nu nog. (Volgens mij nog steeds met diezelfde leuke mannen!) Hier is ie dan: Link nummer 2 tussen Boxtel en Oudewater.

Na Linschoten woonde ik nog in Twente en besloot op enig moment weer terug te gaan naar het Westen van het land. Oudewater stond bovenaan het lijstje! Maar dan wel in de binnenstad! Eerst in de Wijdstraat gewoond en later ben ik verhuisd naar -wat ik noem- het mooiste plekje van Oudewater. Pal bij de Cosijnbrug. Ik kan me nog herinneren dat ik heel vaak heb gedacht toen ik in Linschoten woonde en Oudewater inreed over de Cosijnbrug: “Als dat pand te koop komt, dan is het voor mij!” En jawel in 1996 was het zover. Nooit geaarzeld, gewoon bieden en hoppa, in 3 dagen tijd was ik de eigenaar van dit pand! De verhuizing: Link nummer 3.

En weer komen er kinderen logeren, nu de kleinkinderen van mijn vriendinnen en vrienden en de kinderen van mijn neefjes en nichtjes van toen, die inmiddels volwassen ouders zijn. Zelfs kleinkinderen, die ik spontaan in mijn schoot geworpen heb gekregen komen voor een paar dagen logeren. Wat een geluk!

En dan de Heksentoer

Ik was inmiddels zo betrokken geraakt met alles wat met Oudewater te maken heeft, dat ik besloot een gezelschapsspel te maken voor Oudewater. Een kruising tussen Ganzenbord en Triviant met 300 vragen en antwoorden. Mèt een educatief karakter. Dat wel! In een oplage van 1.500 stuks. (Jawel, zie het maar te verkopen!) Met dank aan Marcia Plomp, alle drie de meisjes Derks, Michiel Koopman, Marjolein Vendrig, Marjolein Bode, Patricia Pos, Kees Meijerink, Piet Knol èn de boeken van Wout van Kouwen. Link nummer 4

Ik zoek iets over Oudewater! Tante Gerdine kun je me helpen?

Vandaag kreeg ik een mailtje van mijn achterneef (jazeker, het kind van die neef die bij mij kwam logeren in de jaren ‘80) met de vraag of ik iets wist van Pater J. Janssen. Pater J. Janssen, ja ik weet waar het beeldje staat, namelijk 10 meter bij mijn voordeur vandaan. Maar hoe zat dat ook alweer? Er was iets geheimzinnig rondom Pater J. Janssen en de burgemeester van Oudewater. Het speelde zich af vanaf 1946 en wel tot 1957. Ik meen me te herinneren dat ik ergens gelezen heb dat de Volkskrant en de Panorama er artikelen over geschreven hebben. En een piepjonge Mies Bouwman heeft nog een interview gehad met de burgemeester van Oudewater. Maar hoe zat dat nou?  Dan begin je natuurlijk te googlen. Zo werkte dat anno 2015. En stukje bij beetje kwam de informatie tot mij. Natuurlijk de boeken van Wout van Kouwen erbij gehaald en jawel hoor. Daar stond het hele verhaal  in over  Pater J. Janssen. Maar liefst 8 pagina’s vol met informatie. De man achter Pater J. Janssen bleek uit Boxtel te komen.  Dus link nummer 5 tussen Boxtel en Oudewater. Is dat toeval? Volgens mij niet…..

Ik ben verknocht geraakt aan Oudewater. Het werk aan www.oudewater.net heeft daar zeker een handje bij geholpen. Ik heb al gekeken waar het trapliftje moet komen als ik de trap niet meer eigenhandig op kan in mijn huis. Dat is ook geregeld! Ik ga Oudewater niet vrijwillig verlaten!

Geïnteresseerd in het verhaal rondom Pater J. Janssen? En wil je de afloop weten rondom deze bijzondere gebeurtenis?

Klik hier voor het zeer uitgebreide artikel uit de Panorama van 28 juni 1957 of lees meer over Pater Janssen in één van de boeken van Wout van Kouwen.

Veel leesplezier!

Studententijd in de stad, of in een gat?

Door: Sanne Eijkelestam

Mijn gehele twintigjarige leven woon ik al hier in Oudewater. Als kind was dit gewoon zo en vond ik het prima, maar vanaf het moment dat ik de capaciteit had om zelf conclusies te trekken vond ik het helemaal niets hier en wilde graag naar Utrecht. Ik wilde dichterbij school wonen, dichterbij de meeste van mijn vrienden, in de grote stad. Daarbij zal het ook wel iets met imago te maken hebben, want het is niet ‘’cool’’ om op school te vertellen dat ik hier in Oudewater woon. Daarbij was mijn mening standaard het tegenovergestelde dan die van mijn ouders, en die vonden het heerlijk hier. Tot slot was ik op zoek naar een bepaalde vrijheid die ik hier niet voelde. Als voorbeeld: hier in het ‘’dorp’’ kon ik niet eens stiekem een sigaretje opsteken, want iedereen kent elkaar en dan zal het wel weer bij mijn ouders uitkomen, en zo werkte het met alles.

Nu, een tijdje later, moet ik toch heel stiekem aan mezelf toegeven dat ik het hier niet zo verschrikkelijk vind. Dit komt mede door het feit dat ik aardig ontpubert ben, en door het feit dat ik een tijdje bezig ben geweest met zoeken naar een kamer. Om tussen vijftien mensen zo leuk mogelijk te doen om kans te maken op een kamer van 6m2 voor minimaal €500,- vond ik ook niet alles. Mede hierdoor ben ik de charme van Oudewater gaan inzien. Is het niet een beetje een mini-Utrecht met het water en de oude panden? Het heeft toch echt wel wat gezelligs en er hangt een prettige sfeer. Ja, ik heb het best naar mijn zin hier. Ondanks dat wil ik op den duur nog wel naar Utrecht: het grootste deel van mijn vriendengroep woont er (in de omgeving) en de grote stad blijft nu eenmaal lokken. Iets wat niet heel vreemd is op mijn leeftijd en ook wel past bij mijn studiekeuze journalistiek: de grootste dingen gebeuren in de grote stad. Maar tot de tijd dat het moment daar is (ik ben nu niet op zoek) vind ik het wel best hier.

De weg die ik waarschijnlijk zou afleggen is niet uitzonderlijk: heel veel studenten vertrekken tijdens hun studie naar de stad om daar van het studentenleven te gaan genieten. Niet veel mensen die vragen naar hun beweegredenen: het wordt als vrij vanzelfsprekend gezien. Maar natuurlijk zijn er ook mensen die dat niet doen: ze zijn hier geboren, willen hier hun studententijd afmaken en ook daarna hier blijven wonen. Ik ben benieuwd naar de redenen en ervaringen daarachter en vroeg het aan Marcel van Bemmel.

Marcel_van_Bemmel_OudewaterMarcel (21) is geboren en opgegroeid in Oudewater. Hij is net afgestudeerd aan de Hogeschool van Amsterdam waar hij Aviation Engineering gestudeerd heeft, een technische luchtvaart georiënteerde opleiding. Momenteel is hij op zoek naar een baan, en als hij deze gevonden heeft wil hij wel eens gaan uitkijken naar een plekje voor hem zelf.

‘’Mijn vader denkt dat ik tot mijn veertigste thuis blijf wonen, maar dat ben ik niet van plan. Als ik eenmaal een baan heb wil ik wel op mezelf. Het liefst hier in Oudewater, want ik ben hier opgegroeid, heb mijn vriendenkring hier en mijn familie woont hier ook in de omgeving. Het is hier een kleine, hechte gemeenschap en dat vind ik prettig. Ik zou alleen ergens anders gaan wonen als ik een baan vind die hier te ver weg ligt. In een grote stad aarden lijkt me overigens wel lastig, om helemaal uit het niets te beginnen. Een leuke uitdaging zou het wel zijn, maar het heeft zeker mijn voorkeur om hier te blijven wonen. Ik heb hier ook wel mijn dingen. Zo ga ik ongeveer drie keer per week naar voetballen, bij OVS. Hier voetbal ik zelf maar ik doe ook vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld achter de bar. Verder heb ik een grote interesse voor geschiedenis en zit ik dan ook bij de geschiedkundige vereniging Oudewater. Hier gaan we zo nu en dan wat leuks doen, in de trant van geschiedenis. Ik ben wel praktisch de enige jongere daar, het zijn wel vooral ouderen die daar op af komen. De mensen die qua leeftijdscategorie naar Tante Pietje gaan, zeg maar. Daar ga ik dan weer niet heen; ik kom graag in Café de Kater. Daar komen toch de meeste jongeren.’’

Ondanks het feit dat Marcel het hier erg naar zijn zin heeft, zit er nog wel een kleine kanttekening aan zijn verhaal.

‘’Soms heb ik in mijn studietijd wel het gevoel dat ik wat heb gemist. Dan hoorde ik van studiegenoten regelmatig dat ze weer eens waren stappen, maar voor dat echte studentenleven heb ik niet de kans gehad. Ik kom hier dan wel in de kroeg en ga af en toe naar Utrecht en Rotterdam, maar dat moet je toch meer inplannen omdat het wat verder weg is. Het zou wel leuk zijn als er een club in Oudewater zou komen, maar ja, daar is het toch echt te klein voor. Verder mis ik wat meer mannenkledingzaken, dat zijn hier niet zoveel. Wel is er Since04, daar hebben ze wel leuke, hippe kleding. Maar ondanks deze dingetjes heb ik het toch erg naar mijn zin hier.’’

Voor mij was het leuk om het verhaal eens van de andere kant te wonen: de enkele vrienden die ik hier heb wonen zijn niet van plan hier te blijven en mijn vrienden die in omgeving Utrecht wonen vragen wanneer ik toch eindelijk eens op kamers ga. Dat is dan ook meteen het grootste verschil: Marcel heeft zijn vriendengroep in Oudewater, mijn vrienden wonen bijna allemaal in of dichtbij Utrecht. En wellicht is dat wel de doorslaggevende factor waarop veel mensen een woonkeuze baseren. Want uiteindelijk zijn prettige mensen om je heen toch het belangrijkst. Want als in een stad duizend kroegen zitten, maar je hebt niemand om mee die kroeg in te gaan, wat heb je er dan aan?

De koekenfabriek in Oudewater

Door: Otto Beaujon

In 1880 kochten Hendrik Willem en Johannes Verloop een stuk grond aan de West-IJsselkade in Oudewater, tussen de machinefabriek en het Franse garnizoen. Daar bouwden zij een grote olieslagerij, met tien tons molenstenen en zestien houten slagwerken, voor- en naslag, alles aangedreven met een stoommachine. Verloop had op dat moment al oliemolens in Jutphaas en Utrecht, en hij koos Oudewater voor zijn nieuwe fabriek, vanwege de ligging aan de Hollandse IJssel voor de aanvoer van lijnzaad (later kopra) uit de Rotterdamse haven, maar ook vanwege ‘goed werkvolk’ en afzetgebied voor veekoeken (wat er overbleef als de olie uit het zaad geperst was) in de wijde omtrek.

Niet alleen was de werkgever over het algemeen tevreden over de lossers, pakhuisknechten, voorlieden, maalbazen, persers, lappentrekkers, stokers, timmerlieden en bankwerkers, maar de werknemers zelf waren net zo tevreden met hun werk en hun loon: hele Oudewaterse families, hebben bij de koekenfabriek gewerkt. Namen als Van Achthoven, De Beer, Bode, Boele, Boere, Brouwer, Bunnik, Burger, Eisvogel, Geurts, Hart, Van den Heuvel, Van den Hoek, Van den Hoogen, Kamermans, Romeijn, Van Schaik, Sluis, Stekelenburg, Verkerk, Verkleij, Van Vliet en Van Zandwijk hebben er zelfs twee of drie generaties achtereen gewerkt. Wat meer is: sommige mensen bleven er hun hele leven. Bij hun 25-jarig jubileum kregen ze dan een gouden horloge met inscriptie, na 40 jaar een gouden horlogeketting (in de tijd van de zakhorloges), en een handvol mensen werkten er zelfs 50 jaar of langer (in de tijd dat er nog geen AOW was), met Henk van Lunteren die na 60 jaar werken (begonnen op zijn twaalfde) met zachte hand weggestuurd moest worden. Twaalf mensen van de werkvloer ontvingen een Koninklijke onderscheiding voor hun werk.

Werknemers_Koekenfabriek_Oudewater In 1930 werd het 50-jarig jubileum gevierd van M. Kamermans, die vanaf het eerste moment, dat wil zeggen: vanaf de bouw, bij de olieslagerij in dienst was geweest. De olieslagerij bestond op dat moment ook vijftig jaar, maar het feest gold jubilaris Kamermans, midden op de foto met echtgenote. Links van het jubilerend paar zit missionaris Kamermans, een familielid die mee mocht delen in de feestvreugde. Veel van de mensen op deze foto zijn ook te vinden op een eerdere foto van het voltallige personeel uit 1905, of een latere uit 1947.

Tijdens de eerste generatie Verloop (van 1880 tot 1912) beleefde de koekenfabriek een periode van grote voorspoed. Daarna (1912 – 1956) was er meer rampspoed dan voorspoed: de Eerste Wereldoorlog waarin de scheepvaart acuut stopte toen Duitse onderzeeërs de handelsvloot begonnen te torpederen. En vrijwel alle grondstoffen voor de olieslager kwamen uit landen overzee. In 1917 werden de olieslagers er op uit gestuurd om in Brabant heide te gaan maaien en in Drenthe kastanjes en eikels te rapen om er nog een soort veekoeken van te maken. Aan olie voor de industrie dacht niemand op dat moment, maar ze haalden wel scheepsladingen schillen van cacaobonen uit de Zaanstreek naar Oudewater omdat de vakmensen aan de slagwerken daar nog één procent spijsvet uit konden persen. Tijdens de crisis van de jaren ’30 draaide de fabriek door, maar jarenlang met verlies omdat er onvoldoende grondstoffen te krijgen waren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de fabriek weer meestentijds stil. In 1956 verkocht directeur Herman Verloop, 74 jaar oud en bij gebrek aan opvolgers, de koekenfabriek aan Brinkers’ margarinefabrieken in Zoetermeer, die op dat moment de grootste klant van Verloop was.

Verloop heeft 75 jaar lang met regelmaat machinerieën vervangen door nieuwe en/of modernere. Zo werden aan het einde van de Eerste Wereldoorlog (er was toch niets te doen) de oude houten slagwerken gesloopt en vervangen door hydraulische persen. Voorman-timmerman Gerrit Stuart ging in 1948 met pensioen en vroeg of hij nog een jaar mocht blijven om een maquette te bouwen van de oude fabriek met de slagwerken, die hij nog had meegemaakt en die hij zich ‘technisch’ goed wist te herinneren. Het ene jaar werden er negen, maar het resultaat mocht er zijn: een werkend model van de oude fabriek met kollegangers (pletmolens), stoomverhitters, slagwerken, verkruimelaars en oliefilters. Alles van de juiste houtsoort (nokkenassen van eikenhout met nokken van buxus, lichters van grenen, stampers van eiken, tandwielen met een flens van grenen en tanden van hulst, traptreden van iepen, enzovoort). Het model stond aanvankelijk in het oude stadskantoor aan de Kapellestraat, en is na vele omzwervingen (o.a. Wulverhorst, Sikkens verfmuseum, Duinrell) terecht gekomen in de oliemolen De Passiebloem in Zwolle, waar het elke eerste zaterdag van de maand te bezichtigen is.

Brinkers pakte het in 1956 anders aan. Tot dusverre moest er telkens een afgemeten portie lijnzaad (raapzaad, koolzaad, kopra,) met de hand in een perstas of een perslaken verpakt worden en met twee man in de pers getild worden voor één veekoek en één portie olie. Op die manier was 75 jaar lang 300 ton zaad per week verwerkt tot 100 ton olie en 215 ton koeken (de 15 ton extra bestond uit water, om het zaad niet te laten verbranden tijdens het pletten, en om het smeuïg en verwerkbaar te houden).

Brinkers wilde toe naar een werkwijze waarbij de grondstof in één doorlopend procedé in een trechter gestort kon worden en er aan de ene kant olie uit de pers kwam en aan de andere kant volledig uitgeperste schilfertjes waar dan koeken of biks van gemaakt konden worden. Het machinepark met handbediende persen werd gaandeweg vervangen door steeds betere ‘Schneckenpresse’, zoals de Duitse fabrikant ze noemde: slakkenhuizen waarin de massa steeds verder in een steeds smallere trechter gewrongen wordt. Met minder mankracht kon de productie zo in de loop van vijftien jaar verdrievoudigd worden.

Koekenfabriek_OudewaterTot de fabriek in 1973 afbrandde: de vlammen sloegen boven de kerktoren uit, en de voorraadzolder met tweeduizend ton kopra bleef zeventien dagen branden en smeulen. Met de voortvarendheid van burgemeester Niek Mooyman was er evenwel binnen een week een nieuwe bouwvergunning. Na drie maanden (minder dan honderd dagen!) kon de fabriek opnieuw in gebruik genomen worden.

Directeur Gerard Brinkers werd door het personeel op handen gedragen: hij kon de zon in het water zien schijnen en zorgde goed voor zijn mensen. Elke werknemer kreeg bijvoorbeeld wekelijks bij zijn loonzakje twee pakjes margarine, en met Pinksteren kreeg iedereen 50 gulden extra (vakantiegeld bestond nog niet). Viel er iets te vieren dan deelde iedereen daarin mee. Toen Brinkers 100 jaar bestond, was er een groot feest voor alle werknemers, en kreeg iedereen een gouden tientje. De personeelsvereniging zorgde voor leuke uitjes en gezellige avonden, met Sinterklaas kreeg elk kind van de Brinkers familie een speculaaspop en de kerstpakketten van Brinkers waren legendarisch. In 1980 sloot de fabriek, omdat die in de loop van zijn honderdjarig bestaan te kleinschalig geworden was. Bovendien was er veel veranderd in de landen waar de kopra vandaan kwam: zelf daarginds uitpersen betekende werkgelegenheid en betere prijzen. Telde Nederland in 1880 meer dan 400 oliemolens en olieslagerijen, in 2014 zijn het er nog zes. Brinkers sloot een tijdperk af met, hoe kan het ook anders, een groot feest. Wie nog niet met pensioen kon, mocht in een andere Brinkers fabriek in Zoetermeer of in de Botlek komen werken, met goede sociale voorzieningen. De machines werden verkocht, en het fabrieksgebouw ging naar de buren: veevoederbedrijf Six. Inmiddels zijn de gebouwen gesloopt en ligt de grond al meer dan 15 jaar te wachten op een nieuwe bestemming.

 

Vervlochten met Oudewater

Door: Fons Vermeij

Onlangs sprak ik met iemand over de mogelijkheid iets te schrijven op dit blog en daarin een link te beschrijven met mijn be-leven en het Oudewaterse… Nou is mijn geluk dat ik hier in Oudewater het beroep van mandenmaker mag uitoefenen waarin veel gelijkenissen terug te vinden zijn met “leven en beleven”.

Oudewater als stevige basis

Zo heeft een mand een basis of kim, waarin de samenwerking van de wilgentenen krachtig worden gebundeld in de bodem van zo’n mand…. en ik denk te weten dat ook in Oudewater zo een goed vervlochten basis aanwezig is. Niet altijd op de voorgrond of in het nieuws maar wanneer nodig is ‘het’ er gewoon, een basis waarop terug gevallen kan worden, zonder opsmuk.

De Oudewaterse gemeenschap heeft, op misschien wat ‘oppervlakkige weeffoutjes’ na een hechte verbinding met elkaar en vormt zo een krachtig fundament om op en in te leven. Dat die fundamenten duurzaam en oud zijn, vertaalt zich weer in de vele monumentale bouwwerken, winkels en bedrijfjes waar óns ’stadje al vele eeuwen uit bestaat. Schilderachtig, veelzijdig en gekleurd… geldt voor zowel bebouwing als inwoners.

Oudewater als inspiratie

Omdat mijn bedrijfje is gelegen aan een van de uitvals-/invalswegen van Oudewater mag ik vaak als ‘eerste’ hier wat over vertellen of als ‘laatste’ iets van horen en al vlechtend luister en praat ik met veel plezier mee.

Dit enthousiasme van inwoners én bezoekers kunnen wij als Oudewaternaren beschouwen als een compliment en dan is het goed als we er alles aan blijven doen om dit gevoel zoveel mogelijk in stand te houden en wellicht zelfs rustig  te laten ‘groeien’.

Kort gezegd kan Oudewater zo een inspiratie zijn en blijven voor vele mensen. Het is als het doel van een mooi en sterk gevlochten mand… “Ruimte en bescherming bieden aan een ‘waardevolle’ inhoud!”

Een heerlijke wandeling van Linschoten naar Oudewater

Door: Ronald Overmeer

Wat een geluksvogels zijn we dat onze vroegere ‘Franse buurvrouw’ een – is het – Oudewaterin of Oudewateres of Oudewaterse is. Een aantal jaren geleden bezochten wij haar voor het eerst in Oudewater, intussen met Wim. Wellicht zoals velen, waren we direct heel gecharmeerd van de sfeer die er in Oudewater heerste.

Wandelen van Linschoten naar Oudewater

Nadat we een van de keren langs de Linschoten naar huis reden, wilden we dit een keertje wandelend gaan afleggen. We startten – na een versnapering in Het Wapen van Linschoten genuttigd te hebben – aan de oostkant van de Linschoten. Voorbij Landgoed Linschoten namen wij de kwakel om onze route aan de rustiger westzijde te vervolgen. Wij wandelden deze route voor de tweede keer. Opnieuw waren we gefascineerd door de bijzondere ambiance, veroorzaakt door de prachtige bloemen, fruitbomen, goed gerestaureerde boerderijen en de vergezichten. Hollandser kan bijna niet!

Tussenstop bij Theetuin De Kwakel

Foto_01_blog_Oudewater_theetuinOngeveer een kilometer vóór Oudewater zouden borden moeten worden geplaatst dat het verplicht is om de Theetuin De Kwakel te bezoeken. Zittend onder fruitbomen is het genieten van drankjes met overheerlijke taart. Wij genoten wederom van de kersentaart met Monchou. We namen ons voor om een volgende keer een ander soort taart te nemen. Theeliefhebbers kunnen hun hart ophalen aan de grote tafel met legio theesoorten. Ook was er een mogelijkheid enkele soorten ter plaatse naar eigen smaak te mengen.

Een heel gezellige haan springt op je tafel in afwachting van iets lekkers. We hadden niets en gaven hem uiteindelijk een pruim, die hij zeer tevreden oppeuzelde. Aan de bomen, langs de sloot en paden hangen en liggen allerlei glazen kunstnijverheid producten op nieuwe eigenaren te wachten.

Nagenieten op ‘de borrelbrug’ in Oudewater

Foto_03_blog_Oudewater_terrasDe apotheose was wederom de borrel en het etentje op de ‘Borrelbrug’, de brug bij restaurant Joia. Eerst onder het genot van een avondzonnetje, overgaand in een magnifieke avond.

Behalve bezoeken aan onze vrienden, hebben we ons voorgenomen om tenminste één keer per jaar deze wandeling te herhalen.