Categoriearchief: Ontdekken

Editha terug van weggeweest

In het verleden hebben we verschillende verhalen van de heel lang geleden in Oudewater wonende Editha van den Bergh-Hörmann geplaatst. Ze schreef ons weer eens een keer of een we nostalgie verhaaltje van haar wilden plaatsen. Daar aan voorafgaand vertelde ze nog veel meer: (meer…)

Kurt Baschwitz (1886-1968) en Oudewater

Door: Walther Kok

“Oudewater dankt het mede aan Dr. Baschwitz dat de waag aldaar, en de betekenis van die waag in de strijd tegen de heksenwaan, de laatste tijd op breed terrein weer bekend zijn geworden”. Aldus gemeentesecretaris en voorzitter van de Waagcommissie A.W. den Boer eind jaren ’40 in een intussen zeldzaam geworden brochure ‘Oudewater’.

En daar had hij natuurlijk helemaal gelijk in. Want het was diezelfde Kurt Baschwitz die in 1942 onder de schuilnaam Casimir K. Visser – als ondergedoken jood kon hij niet onder eigen naam publiceren – het beroemde boek ‘VAN DE HEKSENWAAG TE OUDEWATER  en andere te weinig bekende zaken’ schreef.

Daarmee werd de Heksenwaag én Oudewater op een geweldige manier, mede door de talloze lovende recensies, onder de aandacht gebracht. En daar profiteren we tot op de dag van vandaag in Oudewater met graagte van.

Uiteraard kreeg Oudewater ook ruime aandacht in zijn latere, vele malen herdrukte, standaardwerk ‘Heksen en heksenprocessen’ (1e druk 1964) .

Voor ons Oudewaternaren / Geelbuiken blijft zijn werk uit 1942 echter HET relatiegeschenk bij uitstek. Gelukkig is het antiquarisch nog steeds goed verkrijgbaar en heeft het steeds weer nieuwe lezers trots gemaakt op hun stadje of tot een bezoek weten te verleiden .

Kurt Baschwitz expertise ging echter veel verder dan ‘alleen’ hekserij. Hij stond aan de wieg van de massapsychologie, verrichte baanbrekend onderzoek naar het ontstaan van de Nederlandse pers en zorgde er en passant voor dat hiervoor aan de Universiteit van Amsterdam en elders in de wereld allerlei instituten werden opgericht.

  

Over het veelbewogen leven van deze Baschwitz is recent een mooie biografie verschenen van de bekende sociaal- en massapsycholoog Jaap van Ginneken in een (Engelstalige) wetenschappelijke uitgave en een Nederlandstalige populaire versie.

Uiteraard  komt daarin ook Oudewater met zijn Heksenwaag  weer aan de orde.

En wie weet krijgen zo de woorden van Den Boer uit 1948, waarmee we deze blog begonnen, na 70 jaar een nieuwe inhoud!

Trots Oudewater

Door: Mark Kruiswijk

Trots

Wat is het eigenlijk, trots? Als je zoekt naar de definitie kom je de volgende beschrijvingen tegen:
“gevoel waardoor je wilt laten zien dat je iets goed hebt gedaan of iets moois hebt”
“gevoel dat je wilt pronken met wat je hebt of deed”

Laat dat nou precies omschrijven wat ik voel over ons mooie stadje Oudewater. Door dit gevoel vertel ik al heel mijn leven met trots dat ik in Oudewater woon. Collega’s en studiegenoten onthouden altijd snel waar ik vandaan kom. Ik laat namelijk geen gelegenheid voorbij gaan om te vertellen wat er allemaal zo mooi is aan Oudewater en hoe ‘wij dat in Oudewater doen’. Die trots op ons stadje die je gelijk merkt als je iemand hoort zeggen: “Oudewater is een STAD! En geen dorp.”
Wat mij trots maakt? Dat lees je hieronder.

Historisch centrum

Het gebeurt vaak dat mensen de stad Oudewater niet kennen wanneer ik vertel waar ik vandaan kom. Als zij Oudewater wel kennen hoor ik vaak direct wat een leuk plaatsje het is met een prachtig historisch centrum.

  

Zelfs als ik met mijn zoontje Steijn door de stad loop, wijst hij me altijd op de monumentenbordjes en de geveltekens. Enige tijd geleden hebben Steijn en ik namelijk een rondleiding gehad van Walther Kok. Dit heeft grote indruk op hem gemaakt en onze interesse in de geschiedenis van Oudewater (nog meer) aangewakkerd. Eerder heb ik hem al eens meegenomen naar de uitleg over het schilderij van de Oudewaterse Moord door Nettie Stoppelenburg. Anderhalf uur hebben we samen muisstil gezeten en geboeid geluisterd en gekeken naar het schilderij in het oude stadhuis. Erg knap voor een jongen van 6 jaar! Voor onze laatste toer in Oudewater hebben we meegedaan met de torenbeklimming. Ondanks dat het af en toe best spannend was om in de oude en hoge toren van de Sint Michaëlskerk naar boven te gaan zijn we wel naar de top geklommen en werden we beloond met een prachtig uitzicht over ons mooie stadje. Voor iedereen een aanrader! Gids Harriët van Zuilen wist ondertussen veel te vertellen over de geschiedenis van Oudewater en deze verdedigingstoren. Weten jullie bijvoorbeeld dat er in de gouden bollen boven op de toren iets zit verstopt? Wat dat is kun je aan Harriët vragen tijdens de rondleiding!

De rondleiding met een gids van TIP is ook echt een aanrader. Zelfs als je al jaren in Oudewater woont, weet de gids je nog te verrassen met leuke feitjes en weetjes. Zo’n rondleiding heb ik samen met een team van collega’s van de Rabobank een aantal jaren geleden gekregen.  Dit gecombineerd met een bezoek aan de Heksenwaag en het Touwmuseum zorgde voor een erg geslaagd teamuitje.

Sportverenigingen

Ondanks dat Oudewater niet zo groot is, is er een erg actief sportverenigingsleven. Zelf ben ik al ruim 20 jaar lid van de zwemvereniging OZV. Een mooie vereniging met drie heren waterpoloteams en vier jeugdteams. Met behulp van veel vrijwilligers worden er mooie activiteiten georganiseerd en zijn er elke week trainingen en wedstrijden. Nu alleen nog een overdekt zwembad voor de toekomst ;-).

Mijn zoon is lid van FC Oudewater, de mooie fusieclub van de twee voetbalverenigingen in Oudewater. Elke zaterdag is het er een drukste vanjewelste met spelers en bezoekers. Doordeweeks rijden spelers en ouders af en aan voor de trainingen. Prachtig om te zien!

Zo zijn er vele verenigingen en stichtingen die ervoor zorgen dat er veel activiteiten zijn die vol enthousiasme worden georganiseerd.

Evenementen

Wat mij ook trots maakt, is om te zien hoe meerdere keren per jaar vrijwilligers en bedrijven de handen ineen slaan om de allermooiste evenementen neer te zetten. Al jaren geniet ik van het Heksenfestijn, Carnaval, Pracht aan de Gracht en nog veel meer. Deze evenementen zijn echt georganiseerd vóór en dóór Oudewaternaren.

Trots Oudewater

Omdat ik altijd graag deel hoe het er in Oudewater uitziet, heb ik standaard wat mooie foto’s opgeslagen op mijn telefoon om te laten zien. Deze foto’s kom ik tegen op Facebook of maak ik zelf tijdens een mooie wandeling door de stad. Na verloop van tijd werden dit er steeds meer en dacht ik bij mezelf: “Daar moet ik wat mee doen”. Daarom heb ik een speciale Instagram pagina aangemaakt, genaamd TrotsOudewater. Iedereen kan zo meegenieten en zelf aan anderen laten zien hoe mooi Oudewater is. Al snel bleek ik niet de enige met dit gevoel. Veel mensen reageerden enthousiast en sturen zelfs foto’s die zij zelf hebben gemaakt. De allermooiste plaatjes krijgen een plek op Instagram en inmiddels is het een behoorlijk uitgebreide collage van al het moois in en rond Oudewater.

Als er mensen zijn die ook mooie foto’s hebben die ze willen delen, ontvang ik deze heel graag op trotsoudewater@gmail.com. Zo wordt ook TrotsOudewater vóór en dóór Oudewaternaren.

 

Op zoek naar een winkeltje in Oudewater

Door: Aad Kuiper
Foto’s via Ine Stolwijk, Jan van ’t Riet en Jaap de Wit

Laatst kwam Agnes bij ons op bezoek, met Leo, haar man. Ze was ooit wel eens in Oudewater geweest, maar dat was al weer een hele tijd geleden. Maar het meest intrigerende was wel dat de stiefoma van Agnes, of eigenlijk haar stiefovergrootmoeder – als je dat zo noemt – hier, in Oudewater (!), ooit een winkeltje gehad zou hebben. Ja, een door ons aangeboden rondwandeling zou vast heel leuk zijn, hadden ze laten weten; maar Agnes zou graag eens weten waar dat winkeltje dan wel gestaan zou hebben. Tja, en dan moet je aan de bak. Had ik trouwens graag voor ze over, hoor; aardige mensen, Agnes en Leo.
Het bleek een moeizame, maar leuke speurtocht te worden waarin heel wat Oudewaternaren een rol speelden en we op de dag van het bezoek gelukkig konden laten zien waar dat winkeltje ooit gestaan heeft. En, verrassing, het pandje bestaat, weliswaar in een verbouwde vorm, nog steeds.

In eerste instantie hoorde ik dat de vrouw van het winkeltje in kwestie Van Ba(a)ren heette. Omdat er nogal wat Van Baarens in Oudewater wonen en ik geen enkele Van Baren kende, ging ik ervan uit dat het om een familielid van de Van Baarens ging.

Op zoek naar Van Baarens

“O, dan moet je met Abe van Baaren gaan praten; die woont in de Waard.”

“Bel eens met Toos van Baaren; die heeft hier Pardoes gehad en die winkel heeft haar dochter Nicola toen overgenomen.”

“Ik heet ook Van Baaren”, zei Inge van Baaren, die ik bij het Rosenberg Trio in het stadhuis trof en ik niet kende, maar waar ik nog pedagogische connecties mee bleek te hebben. (Ja, Inge, ik kom nog een keertje langs bij jou op school, maar er is altijd zo veel te doen; bijvoorbeeld een speurtocht naar een winkeltje.)

Met Toos van Baaren, die in Cabauw bleek te wonen, heb ik gebeld, maar dat gesprek, hoewel heel gezellig, leverde niet zo veel op. Alleen een heleboel namen, waarvan ik de meeste intussen alweer vergeten ben.

Daarvóór had ik al mijn licht opgestoken bij Nettie Stoppelenburg – ze wist niets over een winkeltje van Van Ba(a)ren, maar gaf me wel een paar prima internetadressen waar het goed zoeken was; een soort delicatessenwebsite voor zulk soort speurneuzen. En bij Wil van der Heiden, die heel veel over winkeltjes zou weten, maar die kennis bleek zich te beperken tot de buurt waarin hij woont.

En aan Abe van Baaren was ik nog niet toegekomen, toen er een brief op de deurmat lag.

(Overigens is dat natuurlijk wel heel bijzonder heden ten dage: een handgeschreven brief. Best leuk hoor. Officiële brieven krijgen we nog wel, hoewel dat allengs minder wordt. En kaarten soms, maar dat neemt ook af.) Maar goed; die brief dus.

De brief over Van Baren

Agnes had inmiddels gesproken met dochter Ine van de zus (Catharina Stolwijk, geboren Van Baren) van eerdergenoemde  stiefoma en nu zag ik ook een heel lang lijstje met namen, geboorte- en overlijdensdata. En, ja hoor; het bleek Van Baren! Met één ‘a’.

Stiefoma zelf heette Lucia Helena van Baren en was geboren in 1892, op 26 juni. En haar vader heette Adrianus van Baren (geboren op 27-03-1851, vader Gerrit van Baren, moeder Sijgje Sirre, en overleden in 1926) en haar moeder Anna de Waal (geboren op 13 oktober 1860, dochter van Hermanus de Waal en Catharina Stelling, overleden op 10 januari 1944) . De moeder van de stiefoma – die van het winkeltje – heette dus Anna van Baren, geboren De Waal. Nu moest het wel gaan lukken. Het ging om het winkeltje van eerst Adrianus van Baren – natuurlijk samen met zijn vrouw – tot 1926 en daarna van Anna van Baren. De laatste dreef dat winkeltje dus samen met dochter Lucia. Toen nog Van Baren, maar die zou gaan trouwen; in 1928, had ik uitgevogeld. Als dit niet helemaal te volgen was – want het zijn wel veel namen –  is dat voor de rest van het verhaal beslist geen ramp.

De tekening over het winkeltje

tekening-winkeltje-van-barenMaar – tenslotte ging het om de plek van het winkeltje – er zat ook een foto van het winkeltje bij en een tekening, beide van die dochter van de zus van de stiefoma, en die tekening zou me vast verder helpen. Met de foto kwam ik helaas niet veel verder; ook niet met de verschillende mensen aan wie ik hem liet zien. Zou de tekening uitkomst brengen? Vast wel.

Hij klopt niet, hè; deze tekening. Dat maakt het nog ingewikkelder.

Zou het het laatste huis van de Leeuweringerstraat zijn? Of van de Donkere Gaard. Of was het nog ergens anders? In het bijbehorende briefje werd verteld over een sluis, een huis van Van der Lee of Van der Lede en een lijnbaan die ‘Rijnkade’ zou heten. Van die laatste had nog nooit iemand gehoord en wat betreft die andere twee gegevens moest het ergens in de buurt zijn van de straten die ik noemde. Maar foto en tekening vertelden geen eensluidend verhaal.

De foto van het winkeltje

Op naar John Doop; die weet ook veel. Maar dit nu net even niet.
Nee, het was niet het laatste huis in de Leeuweringerstraat, werd ook door de huidige bewoner bevestigd.
Goed gekeken, maar het huis op de Donkere Gaard was het ook niet.
“Ga eens met Tinus de Lange praten”, vertelde John Doop, “die woont in de Waard”. Ook al.
Jaap de Wit misschien; zijn grootvader had een boerderij daar ergens en zijn vader een melkhandel. Zoals altijd even bedachtzaam, maar het raadsel bleef: “De dames Langeslag hadden een winkeltje; vraag eens aan John Doop”.

Schoonderwoerd uit Oudewater?

Er was nog een gegeven dat ik tot nu toe niet noemde. De moeder van Agnes heette Schoonderwoerd, Andrea Schoonderwoerd. En háár vader heette Piet Schoonderwoerd. Zou die misschien Oudewaterse connecties hebben? Dat zou zo maar kunnen. Als hij, toen zijn eerste vrouw, de grootmoeder van Agnes, op jonge leeftijd overleed, een tweede vrouw zocht en vond in Oudewater. Laten we Marcel Schoonderwoerd eens bellen.

“Het zou kunnen”, vertelde Marcel, “maar dan wel een eind weg. Een zoon van een broer van mijn opa Anthonis. Ga eens met de moeder van Tom Streng praten; die heet ook Schoonderwoerd.”

Het ging om Piet Schoonderwoerd (Petrus Johannes, geboren 14-02-1888 te Hazerswoude, zoon van Hendrik Schoonderwoerd en Elisabeth van Schaik en overleden 20-09-1960 te Koudekerk) en ik heb in die voortreffelijke sites die Nettie Stoppelenburg me meegaf goed gezocht, maar heb geen connectie met Oudewaterse Schoonderwoerden kunnen ontdekken. Wellicht komen die ooit nog boven tafel. Een doodlopend spoor dus en de moeder van Tom Streng heb ik met rust gelaten.

Soms gingen zaken vroeger anders

Wat ik de lezer niet wil onthouden en om de situatie helder te maken toch even het volgende. Toen Piet Schoonderwoerd Lucia van Baren ten huwelijk vroeg (1928), werkte zij dus met haar moeder in het betreffende winkeltje. Een jaar of twee eerder immers was haar man, Adrianus van Baren, overleden. Met haar 36-jarige dochter een winkeltje runnen lukte vast nog wel. Maar toen ook dit laatste kind de deur uit ging werd het wel heel lastig. Lucia heeft, toen zij in 1928 met Piet Schoonderwoerd ging trouwen, haar moeder meegenomen naar Koudekerk. Toen hebben dus de laatste Van Barens Oudewater verlaten en daarom was er geen spoor meer van ze te vinden. Ook niet, zoals later bleek, in het grote boek van Jan van ’t Riet over de Kromme Haven. Zij zullen het winkeltje gehuurd hebben. Nu breng ik de lezer al een stap dichter bij de oplossing van het raadsel.

winkeltje-van-baren

Maar met iemand praten was niet meer nodig. Iemand herkende het pand naast het winkeltje. Alie Stekelenburg, ook al zo’n doorgewinterde Geelbuik. Maar ze had gelijk. Op de foto was net het huis ernaast te zien, dat van Van der Lee moest zijn; het linkerdeel met de kelderramen heel laag en de andere ramen hoog.

We zijn gaan kijken en ja hoor dat was het. Net op tijd, want twee dagen later kwamen Agnes en Leo.

We hebben een bijzonder leuk rondje Oudewater gedaan. Stilgestaan bij het pand waar vroeger een winkeltje was en waar van het winkeltje nu niets meer terug te vinden is.

Enthousiast rondje Oudewater

Wat  een enthousiaste aardige mensen herbergt Oudewater toch. Ze deden niet voor elkaar onder in belangstelling, hulpvaardigheid en vriendelijkheid.

We hebben lang met de huidige eigenaresse staan praten.

Winkeltje-vroeger-IMG_3835 Kromme Haven-Jan-van-t-Riet

We zijn bij Jan van ’t Riet naar binnen gegaan en Agnes kreeg een foto van het winkeltje zoals het vroeger was. En nog even later kreeg ik een hele beschrijving die ik bij Agnes brengen ga. Het winkeltje bleek, na gerund te zijn door de van Barens, nog jarenlang door Janus van der Klis te zijn gehuurd.

Later kregen we nog een mailtje van Jaap de Wit met een foto uit 1880 (van E.C. Rahms); toen zag het huis van Van der Lee er toch weer anders uit; die kelderramen lijken te missen.

Kromme-haven-Rahms

We zijn langs verschillende historische foto’s gelopen en langs geveltekens. We hebben de Grote Kerk bewonderd en kregen een mooi verhaal van Ad de Groot.

We hebben genoten van de schilderijen van Gerard David en kwamen toevallig Otto Beaujon tegen die daarover weer een boeiend verhaal vertelde.

En om het even af te maken ook de rest dan maar. Het bleef geweldig: heerlijk geluncht bij Lumière, een boeiende rondvaart in de Geelbuik en ten slotte naar het Touwmuseum, waar we professioneel werden rondgeleid – in welk museum tref je zoiets?

En gewoon gegeten bij ons thuis; ook lekker. En toen was het klaar.

Maar ze komt terug; Agnes. Met en hele club. Want Oudewater was toch wel heel bijzonder. En dat kwam natuurlijk niet alleen door dat winkeltje, maar vooral door al die mensen die zo enthousiast vertelden over hun pareltje in het Groene Hart. Waarvan akte.

Met Oudewaterse oogjes

Door: Walther Kok

Wat je ziet hangt vaak erg af van wat je bent of waar je vandaan komt. Zo is een grottencomplex bijvoorbeeld voor een jeugdleidster een nachtmerrie, omdat ze al haar kinderen daarin ziet verdwalen. Voor een wethouder daarentegen een uniek object om toeristen te lokken, een ondernemer ziet uitstekende mogelijkheden voor een champignonkwekerij en jaagt daarmee de natuurliefhebber op de kast die de vleermuizen wil beschermen. Wij (Loes Bakker en Walther Kok) bezien sinds jaar en dag op vakantie ook de buitenwereld met onze eigen, heerlijk vertekenende, Oudewaterse oogjes. (En staan daarin vast niet alleen…)

Neem onze laatste fietsvakantie – met Oudewaters fietsvlagje! – door Noord en Midden-Polen. (Naar Gdansk met de trein en vervolgens fietsend naar Suwalki – bij de grens met Rusland/Litouwen en Wit-Rusland) en dwars door Polen terug naar – het station in – Schwedt/Oder aan de Pools-Duitse grens)

Nu is de Heksenwaag als beoogd kandidaat voor de Unesco Wereld Erfgoedlijst natuurlijk een wereldattractie –  een ‘atracja turystyczna swiatowej stawy’. Maar eerlijk is eerlijk: op het Poolse platteland laat de naamsbekendheid daarvan nog wel iets te wensen over en erg veel hekserij zijn we daar ook niet tegengekomen.

Gelukkig andere Oudewaterse aanknopingspunten genoeg. Krijgen we in Oudewater soms al een lamme arm bij het wijzen naar de ooievaars op het stadhuis, in Polen zouden we binnen de kortste tijd aan een transplantatie toe zijn. Het land kent meer dan 50.000 paartjes, maar… het is iedere keer – net als in Oudewater – weer leuk.


(Foto: RTV Utrecht/Richard Grootboer)

De bewoners in het vroegere Oost-Pruisen (tot aan het einde van WOII, daarna werd het Pools) verwachtten net als wij de vijand uit het Oosten. Wij zochten ons heil achter de Oude (en later Nieuwe) Hollandse Waterlinie en werden daardoor in 1672 als natie (maar niet als stad!) gered.

Adolf Hitlers Oost-Pruisens commandocentrum de Wolfschans (Wolfsschanze) – waar in 1944 Von Stauffenbergs aanslag mislukte, omdat zijn attachétas onder in plaats van op de kaartentafel van Hitler was gezet – hield de Russen echter niet tegen. Evenmin lukte dat in het enorme onderaardse bunkercomplex nabij Tuczno in zijn Pommern-stelling,waar thans in de onderaardse bunkergangen vleermuizen het commando hebben overgenomen.

In Oudewater heb je plaatselijke miljonairs én bezoekers van de voedselbank. Dat weten we wel, maar zien we (meestal) niet echt. Dat ligt op het Poolse platteland wel anders. Het contrast tussen rijk en arm is vaak schrijnend zichtbaar. Sterk verwaarloosde huizen naast prachtige luxueuze nieuwbouw. Verder is ‘Europa’ in Oudewater amper zichtbaar, we zijn een te rijke regio om erg van de Europese regiofondsen te profiteren ( al doet onze burgemeester als voorzitter aanjaaggroep Leader Utrecht-West zijn best). Op het Poolse platteland is Europa echter overal duidelijk zichtbaar; van wegreconstructies tot renovaties, van de ontwikkeling van toeristische infrastructuur (hoera!) tot kinderspeeltuintjes.

Voor zwerfvuilrapers – waar we in Oudewater toch een mooie brigade van hebben – ligt in heel Polen nog een schone taak te wachten. Af en toe jeukten onze handen. Zelfs op de stilste binnenwegen liggen overal langs de kant blikjes en flessen. Maar je weet wat het is op een fietsvakantie: alles wat je kunt laten liggen is mooi meegenomen. Dus verder dan het incidentele oprapen van een blikje of verdwaalde petfles op een camping zijn we helaas niet gekomen.

Aan het punt naamsbekendheid werden we vooral ook herinnerd aan het einde van de rit, Schwedt aan de Oder. Die stad vierde – net als Oudewater in 2015 – haar 750-jarig bestaan als stad. Dat laten ze daar overigens op een flink aantal plekken heel wat beter zien dan bij ons. Puntje voor ons stadspromotieteam!

En tenslotte: de prijzen (we blijven natuurlijk ook echte Nederlanders). Voor een wereldvergelijking bestaat de zogenaamde ‘Big Mac index’ waarbij de prijs van hamburgers in diverse landen wordt vergeleken. Voor ons echter is de Bierindex veel belangrijker. Het vel wordt je in de Oudewaterse horeca of supermarkt dan wel niet over de oren getrokken, maar tegen een halve liter van de tap voor tussen globaal 85 cent en anderhalve euro  (3,5 – 7 z?otów) valt natuurlijk niet te concurreren. Het was daarom vast niet onze laatste vakantie op het Poolse platteland.

Al zou het wel mooi zijn wanneer het daar net zo makkelijk zou zijn een camping te vinden als in Oudewater. Want zelfs als ze er zijn, ontbreekt vaak de bewegwijzering of schiet de kennis van de lokale bevolking tekort. Ook kaarten zijn maar betrekkelijk bruikbaar: soms bestond een camping die wel was aangegeven niet meer en soms vonden we een prachtige camping die op geen enkele kaart stond. Wild kamperen is toch niet echt ons ding, al wilden we er ons op een plaatselijk strandje wel eens aan wagen. En het zal ook nog wel even duren voor iedere plaats zo’n handige site als Oudewater.net in de lucht heeft….

 
Rybno, Polen/Oude boomgaard Oudewater

Oordelen in Oudewater

Door: Walther Kok

~ In Oudewater is nooit iemand gewogen en te licht bevonden ~

Oordelen-in-Oudewater_001Een mooier verkoopargument voor de stad is welhaast niet denkbaar. Hier in Oudewater werd in en op de wereldberoemde Heksenwaag immers altijd eerlijk gewogen. Daardoor konden mensen die van hekserij beschuldigd werden hiernaartoe vluchten en aantonen een normaal gewicht te hebben (net zoveel te wegen als zij eruit zagen). Of om het in deftig ouderwets Nederlands te zeggen: zij beschikten over een gewicht dat wel accordeerde met de ‘natuerlycke proportien des lichaems’. En voor eenieder was het dan overduidelijk dat je geen heks kon zijn. Om op een bezem te kunnen vliegen moest je immers praktisch gewichtsloos zijn. Ten tijde van de heksenwaan was zo’n vaststelling dat je een normaal gewicht had van levensbelang want mensen die van hekserij verdacht werden liepen een gerede kans op de brandstapel te komen.

Oordelen-in-Oudewater_002Er sluimert echter in de stad nog een prachtig (weeg)verhaal. En dat heeft alles te maken met de patroonheilige van de stad: de aartsengel Michaël. Deze aartsengel zou samen met zijn collega’s Gabriel en Rafael als eersten onder de engelen een beetje dichter bij God staan als de rest. Voor ons ‘sluimerverhaal’ is echter meer nog dan zijn plaats in de hemelse hiërarchie van belang dat Michaël vooral op twee manieren wordt verbeeld en afgebeeld. Ten eerste als doder van het ultieme kwaad: de duivel (al dan niet in de gedaante van een draak).

Oordelen-in-Oudewater_003Daar is al een eerste verbinding met het verhaal van de Heksenwaag te leggen. Want het is immers – zo werd lange tijd geloofd – diezelfde duivel waarmee de heksen een verbond sloten en aldus in staat werden gesteld hun verderfelijke kunsten ten uitvoer te brengen. Michaël is volgens emeritus-hoogleraar Middeleeuwse geschiedenis Piet Leupen echter ook de engel die met de weegschaal klaar staat om bij hetOordelen-in-Oudewater_De-gekortwiekte-engel ‘Laatste Oordeel’ de daden van de mensen op de schaal te leggen om te bepalen of hun daden te licht worden bevonden of doorslaan ten goede (Piet Leupen, De gekortwiekte Engel, Parthenon 2017, pag. 14). Alle reden zou je dus zeggen om in Oudewater ruim aandacht aan hem te geven.

Oordelen-in-Oudewater_005

Helaas. Tot nu toe is de aartsengel voor zover ik het kan bekijken toch eigenlijk een beetje verstopt in de stad. Als patroonheilige van de stad leeft hij niet echt meer in het collectieve geheugen. En ook bij de twee aan hem gewijde kerken is er van enige verwatering sprake en gaat men niet helemaal voluit voor hem op het orgel. De eeuwenoude St. Michaëlskerk heet immers sinds jaar en dag de ‘Grote of Sint Michaëlskerk’ en in de naamgeving van de Oudkatholieke kerk in de Leeuweringerstraat moet hij Johannes de Doper naast zich dulden.

Oordelen-in-Oudewater_007 Oordelen-in-Oudewater_Grote-Sint-Michaelskerk

Oordelen-in-Oudewater_De-Bijbel-op-het-spoor-in-OudewaterTot voor enkele jaren bestond er opmerkelijk genoeg zelfs geen afbeelding van hem in de stad (als we het antieke kazuifel met zijn afbeelding dat bewaard wordt in de Oudkatholieke kerk tenminste even buiten beschouwing laten). Theo Pollemans en Herman Rutten komen hem in hun boekje ‘De Bijbel op het spoor in Oudewater’ (uitgave van het interkerkelijk Kontakt Oudewater in 2000) nog niet tegen.

Oordelen-in-Oudewater_010Oordelen-in-Oudewater_011Gelukkig is daar enkele jaren later verandering in gekomen toen parochiaan Cor van den IJssel een 19e eeuws Frans polychroom terracotta beeld van St. Michaël aan de oudkatholieke kerk schonk.

En naar ik onlangs vernam kunnen we met enig geluk binnenkort ook een tweede afbeelding van hem tegemoetzien. ‘Onze’ Gerard David immers heeft St. Michael óók geschilderd en de gelijknamige stichting probeert ook van dat schilderij een reproductie in Oudewater te kunnen tonen.

Prachtig. De duivel wordt dan tenminste al tweemaal zichtbaar verslagen in ons Oudewater. Maar… wat zou het mooi zijn wanneer we er ook nog eens in zouden slagen een passende afbeelding van de wegende aartsengel Michaël naar onze stad te halen!

Eindejaarsverslag en balans opmaken

Eindejaarsverslag en balans opmaken is een nieuw verhaal van Editha van den Berg-Hörmann, die geboren en getogen is in Oudewater en daar nog steeds veel herinneringen aan ontleent.

Mijn Oudewaterse afkomst (ik ben daar geboren op 14 september 1930) is het hele jaar 2016 een behoorlijke rol blijven spelen in mijn dagelijkse bestaan. Vooral het laatste half jaar; eigenlijk sinds Martijn van Dijk uit Houten mij op 31 juli een mailtje stuurde, omdat ik de naam van zijn oma, Nel Arends-Spriel, in een verhaal over mijn jeugdherinneringen op de Lange Burchwal had vermeld. Zijn oma was ons buurmeisje, maar wel 12 jaar ouder dan ik. Mijn zusje en ik hebben nog bij haar huis de winkel van Spriel op de hoek) staan kijken toen zij met Nico Arends trouwde. (meer…)

Het tweede blog van Editha van den Bergh-Hörmann over Oudewater

Het eerste blog van mevrouw Editha van den Bergh-Hörmann werd zo leuk ontvangen dat anderen en ook de redactie haar uitnodigden een vervolg te schrijven. Dit was niet tegen dovemans oren gezegd. Hier volgt het tweede verhaal.

Door: Editha van den Bergh-Hörmann

Er werd op het blog gevraagd naar meer herinneringen van deze schrijfster over Oudewater, daar wil ik best op ingaan, maar dan wordt het waarschijnlijk WEL een ‘van de hak op de tak-verhaal’, omdat ik mij zo veel diverse dingen herinner. Wellicht komen die herinneringen juist terug als je ouder wordt? (85jaar). De beschreven (leuke) periode was wel vóór de oorlog begon in 1940.

Een leuke ‘aanvulling’ op mijn werk als secretaresse bij Sigarenfabriek is nog, dat er op de sigarendoosjes als ‘slogan’ stond: “Terminus, het neusje van de zalm”. Een aardige jongen (Jacques Deurloo) riep dan ook vaak naar mij als hij mij zag: “Hallo, neusje van de zalm!”.

Ook nare herinneringen

Er zijn echter ook hele andere (nog oudere) nare herinneringen bijvoorbeeld dat er in het begin van de 30’er jaren een polio-epidemie in Nederland is geweest, waarbij ook enkele kinderen (waaronder ik) door ‘aangetast’ werden. Ik kon, volgens mijn ouders, al vroeg goed lopen, maar ineens viel ik steeds. Eerst dachten ze dat het wellicht ‘aandacht trekken’ was, omdat in 1932 mijn zusje  geboren is. Maar al spoedig bleek, dat mijn linker beentje dunner bleef en het voetje ook kleiner was dan het rechter. Daarom moest ik ‘aangemeten schoenen’ aan die Jan van de Stapper maakte. Een ander meisje, Jet Paardenkoper, had een ernstiger afwijking en droeg 1 schoen met een hele dikke zool. Een jongen van de familie Cluistra (destijds manufacturenzaak Kloot) is toen aan polio overleden.

Een leuk leventje

Editha-van-den-Bergh-Hörmann-4_Oudewater-20151225_150212Niettemin had ik met mijn zusje op de Lange Burchwal een leuk leventje met al die buurkinderen. Er stonden aan weerskanten van de straat bomen, zodat wij ‘boompje wisselen’ speelden.

Langs de trottoirs waren (voor dat de bomenrij begon) stroken grond, waar wij knikkerkuiltjes maakten en knikkerden met gekleurde klei-knikkers of glazen stuiters. Ook tekenden we daar met een stokje hinkelhokken om te hinkelen. Op de stoep (trottoir) hoepelden wij  of sprongen touwtje. Ook kaatsenballen tegen de muur was een favoriete bezigheid. Spelletjes genoeg. ‘Stand met de bal’ was ook leuk; dan bedachten we andere namen dan die van ons zelf, bijvoorbeeld namen van jongens, die we leuk vonden. De bal werd dan omhoog gegooid en moest degene wiens naam afgeroepen werd de bal proberen te vangen. De meisjes waar we mee speelden waren o.a. Jeanne en Truus van Eck (hoewel Truus iets ouder was, dacht ik) en Alie Kortland.

editha-schoolklas-Oudewater

Joop van der Steen zijn ouders waren van de zaal ‘Oudewater  Vooruit’. Zijn vader reed een taxi; die had hij in de garage staan. Joop nam ons wel eens  stiekem mee om daar even in te zitten. In de zaal werden uitvoeringen gegeven, waarbij ook toneel gespeeld werd. Als die mensen dan op het toneel aan het repeteren waren, konden wij vanuit het raam op onze slaapkamer door het raam ‘gluren’ omdat het daar op dat toneel verlicht was, want ons huis stond aan de overkant. We hoorden natuurlijk niets, maar kijken was toch  wel heel ‘spannend’.

Jopie Groeneveld

Eén buurjongen was bij ons bijzonder ‘in trek’: Jopie Groeneveld van de timmerman, omdat die als ‘nakomertje’ door zijn moeder nogal  werd verwend en vaak ‘snoepcenten’ kreeg. Wij mochten dan met hem mee naar het snoepwinkeltje van mevrouw De Jong in de Leeuweringerstraat, waar hij kauwgum ging kopen voor 2 cent en wij van hem een stukje kregen, of wel eens een kleine kauwgum van 1 cent. Wij zelf kregen nooit snoepcenten. Hoogstens mochten wij bij drogist ‘De Vijzel’ (in de Wijdstraat) ieder een zakje salmiakdropjes kopen voor 5 of 10 cent.

Een keer ging mijn zusje die alleen halen, ze moest wel OOK voor mij een zakje meebrengen. Toen ze over de markt terug naar huis liep, met in ieder handje zo’n puntzakje met drop voor zich uit houdend, poepte er vanuit een boom een vogel precies op haar hand. Ze kon dat er niet afkrijgen en kwam huilend naar huis, waar mama en ik natuurlijk om moesten lachen; die dropjes troostten haar daarna uiteindelijk natuurlijk wel.

Jopie Groenveld had ook een zogenaamde ‘vliegende Hollander’, die zijn vader en broer zelf gebouwd hadden. Een karretje waarop je zat en dan aan een hendel moest trekken om vooruit te komen, wij mochten daar ook wel eens mee rijden.

Fietsenzaak Knotters

Ook mochten wij soms met papa mee om een autoped (op luchtbanden) te gaan huren voor 10 cent per uur bij fietsenzaak Knotters. Dan mochten we een uur lang heen en weer steppen op de wal (2 blokken rechtuit niet de hoek om) en daarna werden de steppen weer terug gebracht. Toen we groter werden mocht dat met fietsjes. Eerst hele kleine kinderfietsjes, later iets grotere, en zo leerden wij fietsen.

Dat kon allemaal op de Lange Burchwal, want zo veel verkeer was er toen in de 30’er jaren niet. Behalve de taxi van van der Steen had de dokter een  auto en misschien de dominee. Wel kwam de visboer op vrijdag in de straat met een auto en kocht mama vis van hem. Onze poes wist precies wanneer het vrijdag was en zat al voor het raam te wachten, om dan mee naar buiten te lopen en ze net zo lang mee liep met die visboer, totdat ze iets gekregen had. Ook kwam er soms een man met een draaiorgel (van Harmelen); dan hadden we natuurlijk schik en liepen wij met dat orgel mee tot aan eind van de straat. We mochten dan ook altijd wat geld in zijn bakje doen waarmee hij langs de huizen ging.

De ORDO

Mijn vader was Radio-Centrale-houder. Dat was een onderneming met de naam O.R.D.O, Oudewaterse Radio Distributie Onderneming, een particuliere onderneming. Dat hield in, dat mensen in Oudewater ‘klant’ waren en dan een luidspreker huurden. In ons huis was een grote schakelkast aan de wand op een speciale kamer, waar de radio-uitzendingen ontvangen en verzonden werden. Op ons dak stond een grote antenne. De zender stond in Lopik (nog steeds, geloof ik). Dat geluid werd verspreid via de telefoonpalen, die sommigen van jullie nog wel kennen, met die draden aan porseleinen kopjes. Eens in de week mochten de mensen eventueel een verzoekje indienen (briefje in de brievenbus) om een plaatje te laten draaien voor die of gene. Op een bepaalde avond draaide mijn vader dan die ‘verzoekplaatjes’ (was dus eigenlijk ook disk jockey).

85 jaar geleden in Oudewater geboren: Editha van den Bergh-Hörmann

Door: Editha van den Bergh-Hörmann (adres en telefoonnummer bekend bij de redactie) en Aad Kuiper

Naar aanleiding van het prachtige boek ‘750 jaar Oudewater in beeld’ schreef mevrouw Editha van den Bergh–Hörmann uit Tiel dit lezenswaardige verhaal.

Editha van den Bergh-Hörmann-OudewaterIk ben 85 jaar geleden (14-9-1930) in Oudewater geboren en woonde daar tot 1950. Het is niet per se mijn bedoeling, dat mijn tekst in een blog komt, maar ik zou graag weten of er nog ‘nakomelingen’ zijn van mijn eerste werkgever (1948) Cor de Lange, die op de Donkere Gaard woonde. Ik kwam daar toen als directie-secretaresse (stenotypiste) te werken bij Cor de Lange,  directeur van Sigarenfabriek Terminus aan de Lange Burchwal te Oudewater.

In het boek heb ik (nog) niets terug gevonden van die toenmalige sigarenfabriek , maar heb het ook nog niet helemaal doorgelezen , wel doorgebladerd en de mooie foto’s bekeken. Het is een prachtig boekwerk.

Nog meer sigaren

Ergens kwam ik wel de naam Gert Vlasman tegen (bij de voetbalvereniging, dacht ik) en toen herinnerde ik mij, dat ene Gert Vlasman sigarenmaker was, toen ik daar op kantoor was. Jan (van) de Klis werkte daar ook; ik meen als sigaren-sorteerder. Er werkten ook enkele meisjes op de verpakkingsafdeling. Ik herinner mij niet zo veel namen meer, maar het kan zijn dat Jan Vlasman daar ook werkte. Ook de naam Theo Snel schiet mij te binnen.

Als ik naar het toilet moest, moest ik door de fabriek lopen en heb dikwijls met belangstelling en bewondering staan kijken bij het met de hand maken van de sigaren: Bolknakken, Corona’s , Havanna’s enz.
Jammer genoeg heb ik er geen foto’s van; een fototoestel had je in die tijd niet zo gauw. Ik weet nog wel dat er sigarenzaken/klanten waren in Tiel, Hes en Wiltens.

Helaas is de fabriek toen gestopt en ben ik in 1950 naar de Betuwe verhuisd, omdat ik via een kennis van mijn ouders daar kantoorwerk kon krijgen.
De werknemers bij Terminus waren allen ouder dan ik, dus zal daar wellicht niemand meer van in leven zijn (het kan wel natuurlijk, als ze hoogbejaard zijn). Cor de Lange zette zich ook zeer in bij de organisatie van de Lichtweek (1948) in Oudewater, waar ik ook nog niets over las.

Er was trouwens nog een concurrent Sigarenfabriek van de Gooyer (of Gooier); ook daarover vind ik niets in het boekwerk. Ik kan dat ook over het hoofd gezien hebben natuurlijk, omdat ik nog niet alles las.

Editha van den Bergh-Hörmann-OudewaterEen foto van de Openbare Lagere School zag ik in ieder geval wel en ook een foto van de kleuterschool van de nonnen. Bij die nonnen was ik van 1945 tot 1948 op de MULO.

Lange Burchwal

Ook zag ik een foto van het schaatsen op de Grote Gracht, waarover wij (mijn zusje en ik) heen mochten lopen in de winter naar de Openbare Lagere School. Wij woonden op de Lange Burchwal tegenover ‘Oudewater Vooruit’ van de familie Van der Steen.
Als kleine meisjes liepen wij dan langs het gebouw over een pad dat tussen de aangrenzende huizenrij naar de gracht liep. Ik meen dat de familie die op de hoek woonde, Bode heette.

Er woonden ook (o.a.) een familie Eikelenstam, Kamermans en Stekelenburg aan die kant van de Lange Burchwal. Aan ‘onze’ kant de families Van Eck, Dekens, politiechef  De Heer en kruidenierswinkel Spriel op de hoek. Oosterlaken was, meen ik, een melkhandel. Wij speelden met de kinderen van die families; we knikkerden, hoepelden, speelden boompje wisselen, enz.

Het is nog een heel ‘verhaal’ geworden, wat ik gewoon even ‘kwijt moest’. Ik hoop dat degenen die dit lezen het leuk vinden, dat ik dit nog even meldde.

We vroegen aan mevrouw Editha van den Bergh-Hörmann of we het verhaal zo mochten publiceren. Dat mocht; maar ze had ook nog een paar aanvullingen.

Inmiddels zijn me ook nog enkele namen van sigarenmakers te binnen geschoten namelijk Leo en Jan de Groot (als ik ’t goed heb). Ook meer namen van buren van de Lange Burchwal schoten me later nog te binnen: Deurloo in woning naast ons.  Die huizen staan er nog, tegenover ‘Oudewater Vooruit’ met die rondingen boven de deuren.

Verhalen, en nog meer verhalen

In 2002 schreef ik een boekje voor mijn familie over mijn leven in Oudewater tot 1950. Toen zou mijn vader namelijk 100 jaar zijn geworden als hij niet op 52-jarige leeftijd was overleden.

En weer wat later, als we Editha van den Bergh-Hörmann gegoogled hebben, blijkt ze nog het een en ander te hebben geschreven: een aantal gedichten en verhaaltjes in het Hemers krantje. Ze blijkt nog enigszins actief op Facebook, vertelt dat ze in 1975 een boekje schreef en tenslotte het volgende:

Editha van den Bergh-Hörmann-OudewaterIk heb ook nog een verhaal over dat boekje in twee krantenartikelen  mogen publiceren.

En met dit bericht wil ik meteen aanvullen, dat ik inmiddels het hele boek nogmaals heb door gebladerd en op blz. 243 inderdaad onderaan in de jaartallenbalk een notitie zag over de lichtweek in 1948.

Wellicht krijgen we nog meer verhalen van deze schrijfster.

Als een kind in een snoepwinkel

Door: Remon van Breukelen

Ik zal mij even voorstellen: ik ben Remon van Breukelen (34) en ben een echte Geelbuik. De meeste mensen kennen mij wel van o.a. De Heksenketel, Vrienden van Oudewater en onze winkel Hocus Pocus zoetwaren. Er is mij gevraagd om een stukje te schrijven waarom ik onze winkel ben begonnen.

Elk kind droomt ervan om een snoepwinkel te hebben … toch? Als klein jochie ging ik vaak met mijn zakgeld of wat centjes snoepjes kopen bij meneer Streng in de Kapellestraat. Het was een sigarenwinkel met heel veel bakken met verschillende soorten snoep. Echt; wat een feest was dat; daar sta je dan als kind in het snoepwalhalla: ‘Ik heb nog een kwartje; wat zal ik daar van kopen: zoethout, eetpapier of een stroopsoldaatje?’ Wat een keuze toch!

Dit gevoel, je met weinig geld toch rijk voelen, wilden wij graag overbrengen aan de jeugd van nu. In 2007 kwam er een oud pandje vrij in de Leeuweringerstraat, tja en dan …

Met mijn partner heb ik er veel over gepraat en samen hebben we alles van alle kanten bekeken. Het werd gauw duidelijk dat alleen snoep verkopen, hoe leuk het ook is, niet haalbaar is. Er moest iets bij dat zorgt voor meer omzet. “Nou, dan doen we er toch lekkere chocolade, bonbons en cadeauartikelen bij.”

Mensen moesten in onze winkel wel het gevoel hebben dat ze 100 jaar terug gaan in de tijd; dit past tenslotte ook bij ons ouwe stadje! Na veel verbouwen om het pand weer een beetje in de ouwe glorie terug te brengen hebben wij nu een interieur van 100 jaar geleden met de gemakken van deze moderne tijd: een snoepkast gemaakt van kerkpanelen, een (werk)kamer en suite met deuren met glas-in-loodramen van ruim een eeuw oud en tegels in een dampatroon. We mogen wel zeggen dat het goed gelukt is.

En wat we dan wilden verkopen? Naast die chocolade natuurlijk Oudhollands snoep. Maar waar vind je dat nog in deze tijd? Dat viel gelukkig mee. We konden er al snel achter komen waar je ulevellen, roomboterwafeltjes, framboosjes en zoethout kon inkopen. De bonbons worden speciaal voor ons gemaakt, zodat we er een echte Oudewaterse twist aan hebben gegeven. Denk aan het Geelbuikje, de Van der Lee, ‘t Groene Hartje, ‘t Klosje, de Karel V en nog veel meer van die toepasselijke namen.

Hocus-Pocus-Zoetwaren_Leentje-Willems_snoep_OudewaterEn toen dat gelukt was, wilden we meer. We vonden een klein bedrijfje dat snoepjes maakt naar eigen smaak en ontwerp. De raderen gingen weer aan het draaien en we bedachten zo ons unieke eigen zuurtje: Leentje Willems. Een paars snoepje met een heksenhoedje met de smaken drop en anijs; Leentje was een tenslotte een kruidenvrouwtje.

We zitten nu al weer een aantal jaren in de Leeuweringerstraat en met succes. De jeugd komt snoepjes halen en veel inwoners weten ons ook te vinden voor onze heerlijke chocolade, leuke presentjes en diverse pakketten. Mensen van buiten Oudewater denken dat we er al eeuwen zitten. En als ze dat zeggen, zijn we trots en laten ze een beetje in die waan. Erg leuk!

We zijn een (h)eerlijke winkel en het is elke dag weer een feest om hier te werken. Veel inwoners zijn vaste klant en we hebben ook nog lekker de tijd voor een gezellig praatje. We vormen tenslotte met elkaar een stad, met een tikkie dorpse mentaliteit. En Oudewater houdt ook van feesten. En met zo’n winkel is het altijd feest voor jong en oud!