Portret moet imponeren? Boeiende lezing!

Voor degenen die de lezing, georganiseerd door de Geschiedkundige Vereniging Oudewater en gegeven door de heer Rob Meijer, gemist hebben – en zij hebben daadwerkelijk iets gemist! – een povere samenvatting en bijna zonder al die prachtige beelden nog ook. Toch maar lezen, want zelfs dit magere verhaal heeft inhoud. Overigens telt de Oudewaterse vereniging al bijna 400 leden; voor een geschiedkundige vereniging behoorlijk veel en werd de heer Herman Rutten benoemd tot erelid.

De heer Meijer studeerde in Amsterdam – in de jaren zestig ‘het mekka voor kunstliefhebbers’, zoals hij het zelf noemde – waar zijn liefde voor prenten een aanvang nam. Inmiddels woont hij al dertig jaar in Oudewater en die liefde is kennelijk alleen maar toegenomen.

Het eerste criterium waar de prenten volgens de heer Meijer aan moeten voldoen, is dat ze mooi zijn; echt mooie portretten moeten het zijn. Dat is een absolute voorwaarde. Vervolgens tracht hij de geschiedenis van de prent in het algemeen en de prenten die hij in bezit heeft in het bijzonder te achterhalen. Wie staat er op de prent en wie is dat; dat blijkt soms lastiger dan het lijkt. En vervolgens: wie heeft de prent gemaakt en wie heeft hem uitgegeven. Kortom: hoe zit het met die prent! In zijn lezing laat hij zien hoe de prent in de loop der jaren van toon, van stijl, is veranderd en benadrukt de verschillen tussen een formeel portret, dat imponerend moet zijn, en een natuurlijk portret. Voor we aan een serie indrukwekkende, boeiende en inderdaad vooral mooie prenten beginnen, geeft de heer Meijer nog even een paar technische zaken die de toehoorders moesten onthouden: “Je hebt verschillende technieken: hoogdruk met een houtblok, vlakdruk met een steen en diepdruk met een koperplaat.”

Expositie in Woerden

Portret-moet-imponeren_BoschDe heer Meijer mocht in 2013 in Woerden exposeren. Hiervoor had hij, om de ontwikkeling van het Nederlandse portret helder aan de bezoekers voor te schotelen, zo’n 120 prenten geselecteerd; er bleken er maar 50 te passen en het was destijds behoorlijk lastig om zo te selecteren dat de ontwikkelingslijn van deze prentkunst in de tentoonstelling bleef gehandhaafd; maar met heel veel moeite slaagde hij er uiteindelijk wel in. Deze lezing was in feite een vervolg op die tentoonstelling. We zagen een ceel aan portretten voorbijkomen; bekende en totaal onbekende Nederlanders en andere Europeanen, het ene portret nog fraaier dan het andere. We zagen bijvoorbeeld keizer Maxmiliaan van Oostenrijk en Hieronimo Boschio (jawel, Jeroen Bosch). We hoorden namen van bekende graveurs zoals Lucas van Leyden en de schilder Albrecht Dürer en, veel later Hendrick Goltzius.

Portretkunst laat op gang

Portret-moet-imponeren_ErasmusIn Nederland, zo werd verteld, kwam de portretprentkunst pas laat op gang en vertoonde een golfbeweging in populariteit. De eerste golf rond 1570, de tweede rond 1620. Deze portretten werden bijna altijd gemaakt naar een schilderij en ontstonden dus heel vaak later, of zelfs veel later dan de afgebeelde persoon leefde. Zo werd van Erasmus, om maar weer eens een bekende grote Nederlander te noemen, pas na 150 jaar een prent vervaardigd. Maar dat was dan ook wel gelijk een heel mooi portret.

 

 

Portret-moet-imponeren_CSC_2291Nog een serie prachtige prenten: van Alva, Willem van Oranje, Coornhert en de onbekende, maar o zo belangrijke, diplomaat François Maelson, Bloemaert (die we ons nog kunnen herinneren van het schilderij waarop de Oudewaterse kazuifel staat afgebeeld en die volgens de heer Meijer wel wat meer aandacht zou mogen krijgen), Huijgens, een heel mooi portret van Vondel en minstens zo’n mooi portret van Jan van Goyen.

 

 

Zwarte kunst

Portret-moet-imponeren_CSC_2281We zien ‘zwarte kunst’ als nieuwe vondst zijn intrede doen. En een zwarte-kunstprent is dan de afdruk van een koperen plaat die eigenlijk eerst stelselmatig bedorven is, namelijk in verschillende richtingen bekrast, en daarna weer ten dele gepolijst, zodat de niet gepolijste achtergrond donker blijft.

Eind achttiende, begin negentiende eeuw zien we duidelijk steeds meer veranderingen van stijl. Om uiteindelijk uit te komen bij grafische kunstenaars als Aat Veldhoen, Jan Asselbergs en Paul Citroen. Het lijkt erop dat met de steeds digitaler wordende wereld de portretprentkunst ophoudt te bestaan.

Een mooie lezing!

Tekst: Aad Kuiper | 24 maart 2016
Portretten: Rob Meijer

Geef een reactie